overzicht

Waarom er in Vlaanderen 80% meer suïcides zijn dan in Nederland

Gepubliceerd: 24-03-2016

Vlaanderen telt 80% meer suïcides dan Nederland. Toch trekken beide buren op klimatologisch, demografisch en sociaal-economisch vlak erg op elkaar. Waar ligt dan de oorzaak? Bij de andere cultuur en mentaliteit? Of bij de organisatie van de zorg?

Deze bijdrage is overgenoomen van sociaal.net, dat zich baseerde op het doctoraatsonderzoek van Reynders, A. (2015), Understanding differences between regional suicide rates, Leuven, dienst Biomedische Wetenschappen.

Prevalentie

Psychologische problemen, en meer nog suïcidale gedachten en suïcidaal gedrag, vormen een verhoogd risico voor suïcide op individueel niveau. Gezien de hoge Vlaamse suïcidecijfers kunnen we verwachten dat psychologische problemen hier vaker voorkomen dan in Nederland.

“Er is geen verschil in mentaal welbevinden.”

Uit ons onderzoek blijkt dat niet.Voor dit onderzoek werden bijna 4.000 Vlamingen en Nederlanders tussen 18 en 64 jaar bevraagd via een postenquête.Er zijn geen noemenswaardige verschillen tussen beide regio’s op vlak van mentaal welbevinden. We vonden evenmin een significant verschil tussen Vlaanderen en Nederland inzake het aantal suïcidepogingen en ernstige suïcidegedachten. Andere factoren spelen dus een rol bij het verschil in aantal suïcides.

Sneller hulp

Eén van die factoren is dat Nederlanders sneller geneigd zijn om hulp te zoeken. Indien een suïcidaal verleden en psychologische problemen een belangrijke risicofactor zijn van suïcide, dan kunnen we veronderstellen dat hulp zoeken een beschermende factor is.

Beide regio’s verschillen het sterkst van elkaar in het hulp zoeken bij gespecialiseerde zorgverstrekkers. Gaat het over de intentie om hulp te zoeken bij de huisarts, dan zijn de verschillen minder uitgesproken. Onze noorderburen zijn wel vaker geneigd om informele steun te zoeken bij familieleden en vrienden.

“De Nederlandse huisarts heeft een poortwachtersfunctie.”

We zien eveneens dat Nederlanders vaker hulp kregen voor psychische problemen dan Vlamingen. In Nederland doet men meer beroep op een huisarts. Toch zijn er in Vlaanderen dubbel zo veel huisartsen en hebben Nederlandse artsen ongeveer dubbel zoveel patiënten. Het verschil zit hem in de uitgesproken poortwachtersfunctie van de Nederlandse huisarts. Patiënten worden er door de basisverzekering gestimuleerd om eerst een huisarts te consulteren. Indien hij dit nodig acht, kan hij doorverwijzen naar meer gespecialiseerde hulpverlening.

Beter samenwerken

Nog een vaststelling. Patiënten krijgen in Nederland meer hulp van een psycholoog of psychotherapeut. Ook hier speelt de poortwachtersfunctie van de huisarts een rol. Huisartsen met zo’n een poortwachtersfunctie zijn alerter voor psychosociale problemen, ook al besteden ze niet meer tijd aan psychosociale communicatie. Ook bestaan er in Nederland duidelijke richtlijnen voor een multidisciplinaire benadering van psychische problemen. Het maakt dat Nederlandse huisartsen vaker samenwerken met psychosociale zorgverstrekkers of patiënten doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg.

Organisatie van de zorg

Ook opvallend: het aandeel mensen dat zorg krijgt van een psychiater verschilt niet tussen Vlaanderen en Nederland, terwijl de intentie om een psychiater te consulteren bij Vlamingen lager ligt. Opnieuw moeten we verwijzen naar de organisatie van de zorg. In Nederland is de psycholoog of psychotherapeut een erkend beroep. Psychotherapie wordt er door de verplichte basisverzekering terugbetaald.

In Vlaanderen wordt een behandeling door een psychotherapeut slechts door enkele ziekenfondsen en onder bepaalde voorwaarden terugbetaald. Een goedkopere behandeling is enkel mogelijk indien de psychotherapeut verbonden is aan een Centrum Geestelijke Gezondheidszorg of Centrum voor Algemeen Welzijnswerk. Bij die laatste is een behandeling veelal gratis.

Wel terugbetaald in Vlaanderen is de psychotherapie die een psychiater verleent. Hierdoor is de financiële drempel om een psychiater te consulteren in plaats van een psycholoog lager.

Medische oriëntatie

Vlamingen met psychische problemen nemen even vaak medicatie dan Nederlanders. Dat is vreemd want de Vlaming krijgt minder vaak professionele hulp en is minder geneigd om hulp te zoeken. Dit kan er op wijzen dat Vlamingen eerder medisch georiënteerd zijn, terwijl men in Nederland een beter evenwicht kent tussen medische en psychotherapeutische hulp.

Dat blijkt ook uit het aanbod. Vlaanderen telt zes keer meer apothekers en meer dan twee keer zoveel psychiaters. De Vlaamse medische oriëntatie zien we dus terug in zowel het zorgaanbod als zorggebruik. We zien ook dat patiënten in Nederland niet alleen meer hulp kregen voor psychische problemen maar ook dat deze hulp vaker de vorm aannam van een langdurigere behandeling. In Vlaanderen zijn er meer éénmalige gesprekken of wordt een begeleiding beperkt tot een aantal consultaties. In Nederland voorziet men vaker opvolgconsultaties wat de kwaliteit van de zorg ten goede komt.

Beter bekend zorgaanbod

Meer Nederlanders dan Vlamingen hebben een goede kennis van het beschikbare zorgaanbod. Terwijl de psychiater, psycholoog of psychotherapeut als hulpverlener in beide regio’s even goed gekend zijn, stellen we vast dat Nederland de hulpverlening op de eerste en tweede lijn opmerkelijk beter kent.
Enkel de crisislijnen zijn veel beter gekend in Vlaanderen. Meteen de verklaring dat men hier meer geneigd is om een crisislijn te consulteren dan in Nederland.

Meer tevreden Nederlanders

Verder zien we dat voor alle types van zorg, behalve die van een psychiater, significant meer mensen in Nederland tevreden zijn over de verkregen zorg.

We haalden eerder aan dat men in Nederland vaker ‘in behandeling’ is geweest dan in Vlaanderen. Mogelijk heeft dit tot gevolg dat de verkregen hulp minder adequaat is in Vlaanderen, wat zich deels vertaalt in minder tevredenheid.

Andersom toont onderzoek aan dat als men minder tevreden is, dit een negatieve invloed heeft op de intentie om follow-up consultaties te plannen en zich te houden aan de behandelafspraken. Bijgevolg drukt dit op de kwaliteit van de zorg.

Stigma

Nederlanders hebben ook een positievere attitude tegenover het zoeken van hulp. Vlamingen worstelen meer met zelfstigma en schaamte. Attitudes en stigma’s zijn geen strikt individuele kenmerken. Zij worden gevormd binnen en door een gemeenschap en bepalen mee hoe mensen omgaan met psychische problemen. Ons onderzoek toont aan dat mensen die meer schaamte ervaren ook vaker zelfstigmatiseren.

Opmerkelijk is dat ons onderzoek geen verschil vaststelde tussen beide regio’s met betrekking tot de verwachte stigma uit de omgeving. Deze resultaten suggereren dat Vlamingen niet meer dan Nederlanders de indruk hebben dat de omgeving een negatieve attitude of discriminerende houding heeft ten aanzien van mensen die psychische hulp krijgen of gekregen hebben.

Toch heeft de Vlaming vaker de neiging om zich te schamen en zich minderwaardig te voelen indien hij hulp krijgt voor psychische problemen. Nederlanders zijn minder zelfstigmatiserend en ervaren minder schaamte. Het maakt dat Vlamingen minder geneigd zijn om hulp te zoeken.

Medicatiegebruik

In Vlaanderen ontdekten we ook een positief verband tussen schaamte en medicatiegebruik. In Nederland is dit er niet. Dit wijst er op dat schaamte niet enkel een emotionele reactie is die een negatieve invloed heeft op de intentie om hulp te zoeken in het algemeen, en in het bijzonder op hulp zoeken bij een psychotherapeut. Maar ook dat schaamte gepaard gaat met een sterkere intentie om een medicamenteuze behandeling te volgen. Patiënten vrezen het label ‘psychisch ziek’. Deze vrees valt weg wanneer men psychische problemen verborgen kan houden. Psychische problemen verbergen, kan door de verkregen hulp geheim te houden. En dat is gemakkelijker bij een medicamenteuze dan bij een psychotherapeutische behandeling.

Zelfstigma, schaamte en suïcide

Uit het onderzoek blijkt een verband tussen zelfstigma, schaamte en suïcidecijfers in Vlaanderen en Nederland. We kunnen dat op twee manieren verklaren.

Een eerste verklaring veronderstelt een indirecte relatie via hulp zoeken voor psychische problemen, waarbij hulp zoeken een beschermende factor voor suïcide is. We stellen vast dat mensen die stigma en schaamte ervaren minder geneigd zijn om hulp in te roepen. Zelfstigma en schaamte beïnvloeden bovendien de behandelvoorkeur, het opvolgen van de voorgeschreven behandeling en het uitstellen van de behandeling.

Een tweede mogelijke verklaring vinden we in het kwetsbaarheid-stressmodel. We veronderstellen dat iemand met psychische problemen een verhoogde kwetsbaarheid voor suïcidaal gedrag kent. Wanneer deze persoon daarenboven zelfstigma en schaamte ervaart, leidt dit tot bijkomende stress. Dit leidt tot een verlaagd zelfbeeld en minder zelfredzaamheid. Deze bijkomende stress in combinatie met de aanwezige kwetsbaarheid kan iemand in een suïcidale crisis brengen.

Bovendien vonden we dat regionale suïcidecijfers samenhangen met de intentie om informele hulp te zoeken. Een sterkere intentie om informele hulp te zoeken wijst op de aanwezigheid en beschikbaarheid van een ondersteunende en niet-stigmatiserende omgeving.

Preventiebeleid

Vlaanderen en Nederland verschillen niet zozeer in termen van risicofactoren van suïcide zoals de prevalentie van psychologische problemen of de incidentie van eerder suïcidaal gedrag. Wel zien we dat Vlamingen minder gunstig scoren op het vlak van beschermende factoren zoals het krijgen van psychologische hulp en attitudes ten aanzien van psychologische hulp. Bovendien stellen we vast dat men in Vlaanderen meer zelfstigma en schaamte ervaart.

Tot slot toonde ons onderzoek aan dat er een verband is tussen regionale suïcidecijfers en de intentie om informele hulp te zoeken, schaamte en zelfstigma. Deze vaststellingen zijn geen onweerlegbare verklaring voor de verschillen in suïcidecijfers. Meer onderzoek is nodig. Niettemin zijn het aanwijzingen die belangrijk zijn voor het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie.

Overig nieuws


22-05-2026 - Onderzoek naar rol van ggz-agogen en verpleegkundigen in gebiedsteams
21-05-2026 - Veel mentale klachten op de werkvloer
20-05-2026 - Campagne moet mythen over psychose ontkrachten
19-05-2026 - MIND: data in de ggz moeten extra worden beveiligd
18-05-2026 - Hakken
18-05-2026 - Van vastlopen door autisme naar een passende baan
18-05-2026 - Lekker depressief zijn
18-05-2026 - Het veranderende vrouwenbrein
18-05-2026 - Heus
18-05-2026 - Mijn broeders hoeder, naar een gezelschappelijke psychiatrie
18-05-2026 - Alles wat we (willen) weten over verouderen met autisme
18-05-2026 - Liefdeswonden, los komen en jezelf hervinden na een toxische relatie
18-05-2026 - De bibliotheek
15-05-2026 - Beleidstoets mentale gezondheid voor lokale samenwerking en beleid
15-05-2026 - Intensieve vierde onderhandeling voor cao ggz
15-05-2026 - Onderzoek Breaking barriers naar autisme op school en werk van start
13-05-2026 - ‘De dag dat...’ over depressie, PTSS en online shaming
11-05-2026 - Mentale toestand tieners bepalend voor hun volwassen leven
08-05-2026 - Handreiking rol psycholoog in multidisciplinaire teams
07-05-2026 - Technologie helpt autistische kinderen bij contact
06-05-2026 - Kinderen halen weinig steun uit ouders of vrienden na huiselijk geweld
05-05-2026 - Kans op angststoornissen door overactief immuunsysteem
04-05-2026 - Met z’n allen!
04-05-2026 - Hulpverlening of probleemverlening?
04-05-2026 - Wanneer helpt een klinische opname bij een depressie echt
04-05-2026 - Spiegel zonder gezicht
04-05-2026 - Niet veilig thuis. Herstellen van trauma in je jeugd
04-05-2026 - Muziek als zelfmedicatie
04-05-2026 - De bibliotheek
30-04-2026 - Vraag subsidie aan voor domeinoverstijgende aanpak ggz
30-04-2026 - Nieuwe handreiking zelfmanagement bij autisme

Laatste nieuws

Tagcloud


  • autisme
  • bibliotheek
  • congres
  • depressie
  • gedicht
  • jeugdzorg
  • personalia
  • recensie
  • suicide
  • verslaving

Zoeken in nieuws


Zoek

Contactgegevens

LET OP: GGZ Totaal is geen instelling voor behandeling of begeleiding. Neem daarvoor contact op met de eigen behandelaar of huisarts.
t: -
info@ggztotaal.nl

Deel deze pagina

Neem contact op


Op de hoogte blijven?


Vul uw emailadres in en ontvang gratis ons magazine!

 

 

Disclamer & privacy


Hoe gaan we met jouw gegevens om?

 

Het laatste nieuws


  • Onderzoek naar rol van ggz-agogen en verpleegkundigen in gebiedsteams

  • Veel mentale klachten op de werkvloer

  • Campagne moet mythen over psychose ontkrachten

  • MIND: data in de ggz moeten extra worden beveiligd

  • Hakken

    van de redactie

Zoeken


 

Social media


FacebookTwitterLinkedInInstagram

 

Weesperzijde 10-H   |   1091 EA Amsterdam   |  info@ggztotaal.nl   |   Webdesign PEW

Copyright 2026 - GGZ Totaal
Inloggen | Ziber Website | Design by PEW Grafisch ontwerpstudio