Kinderen die slachtoffer of getuige zijn van huiselijk geweld, zien steunfiguren als ouders en vrienden niet altijd als veilig of helpend. Ze ervaren binnen hun netwerk weinig ruimte om over hun trauma te praten.
Dat blijkt uit onderzoek van Mèlanie Sloover, ontwikkelingspsycholoog verbonden aan de Radboud Universiteit. De resultaten werden deze week gepubliceerd in het Journal of Child & Adolescent Trauma. Sloover en haar medeonderzoekers brachten het sociale netwerk in kaart van tien kinderen (in de leeftijd van 8 tot 12 jaar) met een traumatische ervaring binnen het gezin. De kinderen werd gevraagd wie zij tot hun netwerk rekenen, hoe zij hun relaties beoordelen en met wie zij praten over hun ervaringen.
Ouder-kind relatie
Ongeveer 40 procent van de kinderen beschreven hun relaties als negatief of op z’n best ambivalent. Dat komt onder andere door een complexe ouder-kind relatie: de helft van de kinderen gaf aan dat ze hun vader nog wel zien als onderdeel van hun netwerk, ook als het de dader was – al noemen ze het wel een negatieve relatie. De relatie met hun moeder beschrijven ze als positief, maar als ze met haar gesprekken over trauma hebben loopt dat vaak moeizaam. Als het onderwerp wel ter sprake komt, bijvoorbeeld omdat de moeder het aankaart, ervaren kinderen het gesprek vaak niet als steunend. Dat kan ook komen doordat de moeder zelf getraumatiseerd is door de situatie. Dan is het lastig om sensitief en open te reageren op het verhaal van haar kind.
Vriendschappen
Ook vriendschap is voor deze kinderen ingewikkeld. Wanneer ze gevraagd wordt wat vriendschap betekent, noemen zij zaken als aardig zijn, elkaar helpen en vertrouwen. Maar als ze hun eigen vriendschappen beschrijven, komt daar vaak een ander beeld naar voren. Sommige kinderen weten niet goed waarom iemand hun vriend is, anderen ervaren pestgedrag of een gebrek aan veiligheid. Over traumatische ervaringen praten ze nauwelijks met hun vrienden. Wel ervaren ze vriendschappen in lotgenotengroepen als steunend. Het contact met leeftijdsgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt blijkt veilig te voelen en heeft een helpend effect. Herkenning is heel belangrijk: kinderen hoeven minder uit te leggen en voelen zich sneller begrepen.
PTSS
Volgens de onderzoekers benadrukken de resultaten het belang van een systemische aanpak in de traumazorg. Niet alleen het kind, maar ook de relaties om het kind heen verdienen aandacht. Dat geldt in het bijzonder voor ouders die zelf mogelijk PTSS-klachten hebben. Mèlanie Schoover: “Als een kind vermijdt om over het trauma te praten, kan dat een PTSS-symptoom zijn. Maar het kan ook betekenen dat eerdere pogingen niet veilig of steunend aanvoelden. Door veilige relaties te versterken en ondersteunen, lever je een belangrijke bijdrage aan het herstel van een kind.”
-
Lees ook andere artikelen over huiselijk geweld
-----------------------------------------------------------------------------------------
Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.
Abonneren kan direct via het inschrijfformulier, opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines.








