Wat is er nieuw? Iedere twee weken brengt GGZ Totaal je op de hoogte van relevante en interessante boeken door, voor of over de ggz.
(Onderstaande teksten zijn van de uitgevers of schrijvers, tenzij anders vermeld.)
Dappere daden. Exposuretherapie voor kinderen en jongeren met PTSS
Lotte Hendriks, Jiska Weijermans, Agnes van Minnen, Ytje van Pelt
Meer dan de helft van de Nederlandse jeugd maakt vóór hun achttiende een ingrijpende gebeurtenis mee. Veel kinderen en jongeren vinden zonder professionele hulp weer hun evenwicht, maar bij een deel lukt dat niet. Herinneringen blijven zich opdringen, situaties worden vermeden en het dagelijks leven raakt ontwricht. Zij ontwikkelen een posttraumatische-stressstoornis (PTSS) en hebben een behandeling nodig.
Dappere daden biedt therapeuten het vertrouwen, de kennis en de vaardigheden om exposuretherapie doelgericht en veilig in te zetten bij kinderen en jongeren van 7 tot 18 jaar. Het boek beschrijft drie vormen van exposure – imaginaire exposure, exposure door tekeningen en exposure in vivo – en laat zien hoe je deze technieken toepast op een manier die aansluit bij het ontwikkelingsniveau van het kind. Daarnaast is er ruime aandacht voor de omgeving: ouders, leerkrachten en andere steunfiguren spelen een cruciale rol in het doorbreken van vermijding en het versterken van leerervaringen.
Dit boek slaat een brug tussen protocollaire traumatherapie en de dagelijkse leefwereld van kinderen en jongeren met PTSS. Het nodigt therapeuten uit om niet alleen de juiste technieken te gebruiken, maar ook om ouders actief te betrekken en zo het herstel buiten de spreekkamer te laten doorwerken. Dappere daden staat voor moed – van het kind, van de ouders én van de therapeut – en helpt behandelaren om met vertrouwen en vastberadenheid de weg naar herstel te begeleiden.
Dr. Lotte Hendriks is als klinisch psycholoog, psychotherapeut en cognitief gedragstherapeut VGCt verbonden aan Kairos Jeugd, een specialistische poliklinische ggz-voorziening voor forensisch psychiatrische behandeling van jongeren. Drs. Jiska Weijermans is als gezondheidszorgpsycholoog, kinder- en jeugdpsycholoog NIP, cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt en EMDR Europe trainer verbonden aan Psy-zo! Instelling, Psy-zo! Opleidingen en Psy-zo! Onderzoek, waar zij tevens werkzaam is als directeur. Dr. Agnes van Minnen is klinisch psycholoog, psychotherapeut en cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt. Ze is als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit. Ytje Tialda van Pelt, MSc, is als gezondheidszorgpsycholoog, orthopedagoog generalist, cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt en EMDR Europe trainer verbonden aan Psy-zo! Instelling, Psy-zo! Opleidingen en Psy-zo! Onderzoek, waar zij tevens werkzaam is als directeur.
Probleemgeoriënteerd denken in de neuropsychiatrie
Arjen Slooter, Didi Rhebergen, Chris Baeken, Sebastiaan Engelborghs, Odile van den Heuvel
Hoewel de neurologie en de psychiatrie sinds enkele decennia gescheiden vakgebieden zijn, vraagt de klinische praktijk om vakgebiedoverstijgend denken voor optimale diagnostiek en behandeling.
In Probleemgeoriënteerd denken in de neuropsychiatrie is elk hoofdstuk opgebouwd rond een casus. De lezer wordt meegenomen in het volledige denkproces en leert stap voor stap klinisch redeneren: van anamnese, lichamelijk en psychiatrisch onderzoek tot diagnostiek en behandelkeuzes. Daarbij is er expliciet aandacht voor gedrags- en cognitieve veranderingen, het ziektebeloop en de impact op het functioneren van patiënten en hun naasten. De hoofdstukken zijn geschreven door multidisciplinaire teams en behandelen ziektebeelden uit de dagelijkse praktijk, zoals snel progressieve dementie, gedragsontremming, apathie, delirium en neuropsychiatrische aspecten van neurodegeneratieve ziekten.
Door de probleemgeoriënteerde opzet en directe toepasbaarheid is dit boek zeer geschikt voor artsen in opleiding en specialisten in de neurologie en psychiatrie, maar ook voor verwante vakgebieden zoals geriatrie, ouderengeneeskunde, huisartsgeneeskunde en klinische neuropsychologie. Het is een onmisbaar boek voor iedereen die werkt op het snijvlak van hersenen en gedrag.
Prof. dr. Arjen Slooter is psychiater bij het UMC Groningen en voormalig neuroloog-intensivist. Dr. Didi Rhebergen is psychiater bij GGZ Centraal en Amsterdam UMC, afdeling psychiatrie. Prof.dr. Chris Baeken is psychiater in het UZ Gent en UZ Brussel. Prof.dr. Sebastiaan Engelborghs is neuroloog, neurologisch revalidatiearts en klinisch farmacoloog bij de Vrije Universiteit Brussel en UZ Brussel. Odile van den Heuvel is psychiater en hoogleraar neuropsychiatrie op de afdeling Psychiatrie en afdeling Anatomie en Neurowetenschappen, Amsterdam UMC locatie VUmc.
Maar eentje? Het boek voor alle ouders van een enig kind
Evi Van Mierlo
Een warm en eerlijk boek dat het éénkindouderschap in de schijnwerpers zet.
Steeds meer gezinnen bestaan uit één kind. Soms is dat een bewuste keuze, soms een realiteit die anders loopt dan gehoopt. Toch hangen er nog steeds hardnekkige clich’s aan eenkindgezinnen: een enig kind zou verwend zijn, zich eenzaam voelen of sociaal minder vaardig zijn. Dit warme en eerlijke boek doorbreekt de mythes en taboes en biedt wat je als ouder echt nodig hebt: herkenning, antwoorden en perspectief.
Evi Van Mierlo schrijft openhartig over haar eigen ervaringen en die van tientallen andere ouders. Ze onderzoekt hoe je omgaat met de twijfels en vragen, de kritische opmerkingen van anderen en hoe je kunt bewegen in de unieke dynamiek van jouw gezinsvorm.
Tegelijk analyseert ze wat de wetenschap en maatschappijtrends zeggen over eenkindouderschap en ontkracht ze heel wat aannames. Met dit boek werpt ze een nieuw licht op het leven met één kind en helpt ze je de schoonheid van het eenkindouderschap te (her)ontdekken.
Voor alle ouders die het eenkindouderschap van binnenuit willen leren kennen en die op zoek zijn naar erkenning, begrip en handvatten.
Evi Van Mierlo is klinisch psycholoog en cliëngericht-existentieel therapeut. Ze geeft regelmatig lezingen en is moeder van één dochter.
Werkboek HIC. High en intensive care in de psychiatrie
Yolande Voskes, Laura van Melle, Marlies Jehoel-van As, Niels Mulder, Tom van Mierlo
De zorg voor mensen in een acute psychiatrische crisis vraagt om deskundigheid, nabijheid en zorgvuldige afwegingen, juist wanneer spanning en complexiteit hoog zijn. Sinds de introductie van het HIC-model heeft high en intensive care zich ontwikkeld tot een landelijk gedragen en wetenschappelijk onderbouwde manier van werken binnen de acute psychiatrie. Deze volledig herziene uitgave van het Werkboek HIC bundelt dertien jaar aan praktijkervaring, onderzoek en gezamenlijke reflectie. Het boek biedt actuele handvatten om HIC-zorg verder te verbeteren, met blijvende aandacht voor herstel, eigen regie en het zorgvuldig beperken van verplichte zorg.
Het Werkboek HIC geeft een samenhangend overzicht van het HIC-model: van visie en kernprincipes tot concrete toepassing in de dagelijkse praktijk. Het beschrijft zowel de ontwikkeling van het model als de actuele evidencebased best practices. Aan bod komen onder meer opname en behandeling, multidisciplinaire samenwerking, inzet van ervaringsdeskundigheid, juridische kaders, bouw en inrichting van de afdeling en de organisatie van HIC-teams. Daarnaast biedt het boek praktische ondersteuning bij implementatie, evaluatie en continue verbetering, met aandacht voor samenwerking binnen het bredere zorgnetwerk en de dilemma’s die daarbij ontstaan.
Dit werkboek is bedoeld voor alle professionals die betrokken zijn bij HIC-zorg, zoals psychiaters, psychologen, verpleegkundigen, ervaringsdeskundigen, managers en beleidsmakers binnen de acute psychiatrie. Daarnaast is het relevant voor opleiders, auditoren en ketenpartners die werken aan de kwaliteit, samenhang en toekomstbestendigheid van crisiszorg.
Lindsay Gibson
Sommige cliënten die zijn opgegroeid met emotioneel onvolwassen ouders presenteren zich in therapie als ogenschijnlijk ideaal: reflectief, gemotiveerd en coöperatief. Toch blijft de behandeling vaak aan de oppervlakte. Gevoelens blijven buiten beeld en echte verandering blijft uit. Met name cliënten die zich sterk hebben aangepast – de zogenoemde internaliseerders – kunnen zich in therapie opvallend goed presenteren.
In Opgegroeid bij emotioneel onvolwassen ouders laat klinisch psycholoog Lindsay C. Gibson zien hoe deze dynamiek ontstaat en hoe therapeuten juist bij deze cliënten tot diepgaand contact en verandering kunnen komen.
Veel behandelaren herkennen cliënten die inzicht tonen, maar moeite hebben om hun emoties werkelijk te ervaren en te integreren. Gibson beschrijft hoe dit vaak samenhangt met een jeugd bij emotioneel onvolwassen ouders. Met name zogenoemde ‘internaliseerders’ hebben geleerd zich sterk aan te passen en hun binnenwereld te verbergen om relaties in stand te houden. Daardoor functioneren zij ogenschijnlijk goed, terwijl het contact met hun eigen gevoelens beperkt blijft. Dit kan ertoe leiden dat therapie stagneert.
Het boek biedt een kader om deze patronen te begrijpen en helpt therapeuten signalen van aangepast functioneren beter te herkennen.
Centraal in het boek staat het concept emotionele onvolwassenheid. Gibson beschrijft hoe beperkte emotieregulatie, gebrek aan empathie en moeite met intimiteit bij ouders doorwerken in de ontwikkeling en latere relaties van hun kinderen. Dit perspectief helpt om terugkerende patronen van zelftwijfel, loyaliteit en aanpassing in therapie beter te duiden.
Door deze dynamiek te begrijpen, kunnen therapeuten gerichter werken aan verandering die verder gaat dan cognitief inzicht.
Opgegroeid bij emotioneel onvolwassen ouders combineert theoretische verdieping met een experiëntiële benadering van psychotherapie. Gibson laat zien hoe therapeuten cliënten kunnen helpen om emoties te herkennen en te doorvoelen, en hoe zij kunnen werken aan het ontwikkelen van grenzen en een steviger zelfgevoel.
Daarbij maakt zij gebruik van inzichten en technieken uit verschillende therapeutische stromingen, waaronder het werken met delen van de persoonlijkheid en het onderzoeken en herzien van hardnekkige emotionele patronen.
Volgens Gibson ontstaat verandering niet alleen door wat er besproken wordt, maar vooral in de kwaliteit van het contact tussen therapeut en cliënt. Wanneer cliënten zich emotioneel gezien en begrepen voelen, ontstaat ruimte om hun binnenwereld te verkennen en nieuwe ervaringen op te doen.
Therapie richt zich daarmee niet alleen op het verminderen van klachten, maar op het herstellen van contact met de eigen ervaring en het ontwikkelen van meer autonomie en vitaliteit.
Met dit boek biedt Gibson een inhoudelijk en praktisch handvat voor therapeuten die werken met cliënten bij wie aanpassing, zelftwijfel en relationele patronen een centrale rol spelen.
Lindsay C. Gibson is klinisch psycholoog en psychotherapeut. Zij is internationaal bekend van haar werk over emotioneel onvolwassen ouders en de impact daarvan op volwassen kinderen. Haar boeken worden wereldwijd gebruikt door zowel cliënten als behandelaren.
Cognitieve gedragscoaching. Praktische gids voor ethische coaches
Patrick Vermeren, Laurien Vermeren
Therapie en coaching worden vaak verward, maar zijn fundamenteel verschillend. Waar therapie zich richt op het behandelen van psychische stoornissen, helpt coaching om prestaties te verbeteren en vaardigheden verder te ontwikkelen. Goed opgeleide coaches begeven zich niet op het terrein van de klinische therapie, maar kunnen wel signalen opvangen en doorverwijzen indien aangewezen.
Dankzij de diepgaande kennis en heldere richtlijnen in dit boek, leer je hoe je kwalitatieve coaching herkent, wanneer je moet doorverwijzen naar therapie, en aan welke vereisten een ethische coach moet voldoen. Het boek biedt concrete protocollen rond angstgerelateerd gedrag, dominant en agressief gedrag, motivatieproblemen, communicatieve vaardigheden en andere tools die coaching-professionals direct kunnen toepassen om hun coachingpraktijk naar een hoger niveau te tillen.
Cognitieve gedragscoaching is een praktische en wetenschappelijk onderbouwde gids voor coaches die niet in de val willen trappen van pseudomodellen of -aanpakken. Of je nu net begint als coach of al jaren ervaring hebt: dit boek helpt je om je praktijk te versterken met een doordachte, ethische en evidencebased aanpak. Het is aanbevolen lectuur voor hr-professionals en managers die coaching serieus willen aanpakken en die een beroep willen doen op hoogstaande, kwalitatieve coaching. Daarnaast is dit boek uitermate geschikt voor docenten en trainers in psychologie, coaching of management.
Patrick Vermeren is een HR-professional die voluit de kaart van wetenschap als basis trekt. Hij startte zijn carrière als leidinggevende in diverse bedrijven (consumentenartikelen, bank- en autosector). Sinds 1997 is hij gespecialiseerd in leiderschap, cognitieve gedragscoaching en het faciliteren van groepswerk. Laurien Vermeren behaalde in 2019 een master in de klinische psychologie aan de KU Leuven. Door haar vervolgopleiding ‘Permanente vorming gedragstherapie volwassenen’ is zij op de hoogte van de laatste stand van de wetenschap op het gebied van (cognitieve) gedragstherapie.
-
Wil jij met jouw boek in deze rubriek? Stuur ons een mail: info@ggztotaal.nl.
-
Lees hier eerdere afleveringen van de bibliotheek
-----------------------------------------------------------------------------------------
Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.
Abonneren kan direct via het inschrijfformulier, opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines.








