Veel studenten komen in aanraking met posttraumatisch stresssyndroom (PTSS): één op de vijf studenten in Nederland heeft ooit PTSS gehad, ruim twee procent kampt op dit moment met PTSS. Toch laten ze zich hiervoor weinig behandelen.
Pesten, seksueel geweld, grensoverschrijdend en ongewenst gedrag, het zijn factoren die kunnen leiden tot het ontwikkelen van een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). Dat geldt voor iedereen, maar studenten lopen extra risico op het ontwikkelen van PTSS, blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC.
Federica Nava is promovendus bij de onderzoeksgroep psychotrauma van Amsterdam UMC. Ze onderzoekt hoe vaak PTSS in Nederland voorkomt, wat risicofactoren zijn en welke behandelingen mensen volgen. Dat onderzocht ze ook voor studenten van mbo-, hbo- en wo-opleidingen. “Het is de eerste keer dat het vóórkomen van PTSS is onderzocht onder een representatieve steekproef van Nederlandse studenten”, vertelt ze.
Risico
Uit ander, internationaal onderzoek was al bekend dat studenten mogelijk een hoger risico lopen op het ontwikkelen van PTSS. Maar dat onderzoek was niet representatief voor Nederland. “We hebben nu vastgesteld dat PTSS veel voorkomt in de Nederlandse studentenpopulatie: meer dan één op de vijf heeft ooit in het leven PTSS gehad. En op dit moment kampt ruim twee procent van de studenten met PTSS en ruim vier procent met complexe PTSS.” Bij de Nederlandse bevolking als geheel is dat 1,3 procent en 1,6 procent.
MeToo
Dat de gevonden PTSS-percentages bij studenten hoger zijn dan gemiddeld komt volgens Nava onder andere omdat er sinds de opkomst van de MeToo-beweging meer open wordt gepraat over seksueel en fysiek geweld en grensoverschrijdend gedrag. “Daarnaast zijn studenten vaak blootgesteld aan traumatische gebeurtenissen die het risico op PTSS verhogen. Daarmee lopen ze een groter risico op PTSS. Het uitgaansleven zou mogelijk kunnen verklaren waarom studenten vaker worden blootgesteld aan interpersoonlijke trauma’s.”
39 procent van de studenten heeft tijdens hun studiejaren (mbo, hbo of wo) interpersoonlijke traumatische gebeurtenissen meegemaakt. Ruim twintig procent gaf aan weleens gepest te zijn en ruim 15 procent - met name vrouwen - had ongewenst seksueel gedrag ervaren.
Behandeling
Niet alleen hebben studenten een hoger risico op PTSS, een opvallende andere uitkomst van het onderzoek is dat ze weinig traumagerichte behandeling krijgen of zoeken: er is een grote kloof tussen het aantal mensen met PTSS en het aantal dat daarvoor wordt behandeld. “De hoge prevalentiecijfers gaan gepaard met een laag percentage studenten met PTSS die traumagerichte behandeling krijgt. Daar moeten we wel iets aan gaan doen.”
Stigma
Er zouden volgens Nava verschillende dingen moeten gebeuren om deze ‘behandelkloof’ te verkleinen. Een groot deel van degenen die geen behandeling hadden gezocht, had een gevoel van schaamte. Ze wilden de traumatische gebeurtenis vergeten en er niet meer over praten. Anderen hadden niet het idee dat hulp nodig was. “Dat heeft te maken met vermijding, angst voor een stigma, maar ook met een gebrek aan kennis en bewustzijn. Een oplossing is om meer informatie te geven op scholen en universiteiten over behandelopties en behandelingen die effectief en volgens de richtlijnen zijn.”
Preventieve interventies
Bij Amsterdam UMC kunnen studenten terecht bij de studieadviseurs, vertelt Marjolein Pouw, zelf studieadviseur. ”Na een ingrijpende gebeurtenis – al dan niet met PTSS tot gevolg - zijn wij er om studenten te helpen. Vaak als onderdeel van een keten van begeleiding. We kunnen adviseren, verwijzen en advies geven. We hopen dat we laagdrempelig genoeg zijn om alle vormen van grensoverschrijdend gedrag te melden. Binnen de geneeskunde-opleiding zijn er protocollen die voorkomen dat studenten meerdere keren hun verhaal moeten doen bij verschillende personen. We hebben daarnaast binnen de VU een team Sociale Veiligheid, gericht op preventie en begeleiding rondom grensoverschrijdend gedrag.” Ook de Faculteit der Geneeskunde aan de UvA heeft studieadviseurs waar studenten terecht kunnen met hun verhaal.
Federica Nava pleit ook voor meer preventieve interventies. “Studieadviseurs, studentenpsychologen, maar ook huisartsen moeten instrumenten hebben om PTSS vroegtijdig te kunnen herkennen en studenten naar de juiste professional door te kunnen sturen.” Het gaat er volgens Nava vooral om wat er na een melding gebeurt.
Bron: Amsterdam UMC
----------------------------------------------------------------------------------------
Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou!
GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.
Het volgende e-magazine verschijnt op 9 februari 2026.
Abonneren kan direct via het inschrijfformulier, opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines.








