Benthe’s tocht langs tien instanties leert ons belangrijke lessen: hulpverleners moeten afstappen van standaardprotocollen en er moet veel meer kennis komen over dwingende controle en intieme terreur.
“Het is uw woord tegen dat van hem”, zei de hulpverleenster. Ik sloot mijn ogen en voelde tranen prikken. Het was al jaren geleden dat ik met mijn jonge dochtertje was gevlucht van mijn ex-man. Ik was gevlucht vanwege huiselijk geweld. Ik kon de verbale, psychische en fysieke mishandeling door mijn ex-man niet meer aan, maar vooral wilde ik dat onze dochter niet langer zo zou opgroeien.
Ik dacht na zijn laatste geweldsuitbarsting de langverwachte sprong te wagen naar een beter leven, rust en hulp. Ik wist dat ik een prijs zou betalen voor het feit dat ik hem had verlaten, ik wist dat hij ons in zijn greep zou willen houden en ik wist dat hij niet zou schuwen onze dochter verder te beschadigen. Ik wist alleen niet dat hulpverlening de ogen zou sluiten.
U hebt geen bewijs
Ik keek weer naar de hulpverleenster: de zevende organisatie die zich sinds de scheiding met ons bezighield. Ik had haar zojuist verteld hoe mijn ex-man schreeuwend en dreigend bij ons aan de deur had gestaan, hoe onze dochter zich huilend achter mijn been had verstopt, hoe ze niet met haar vader had meegewild, hoe hij haar armen van mij had losgetrokken en hoe ze huilend in zijn auto werd gezet. Ik had eerder al verteld hoe hij haar vertelde “dat haar moeder een hoer was”, hoe hij haar toefluisterde “dat alles nog veel erger zou worden” en hoe hij in haar bijzijn dreigde “dat mijn dag nog zou komen”. Ja, de fysieke mishandeling was gestopt, maar de intieme terreur en dwingende controle richting ons werden eigenlijk steeds erger.
“De rechter moet straks een omgangsregeling bepalen. Hoe gaat u die rechter een eerlijk beeld presenteren als u niet durft te luisteren naar wat er echt gebeurt?”, vroeg ik. “U kijkt naar een façade, voor de schermen, maar wij leven met een andere realiteit, achter de schermen.” Echter kwam de hulpverleenster – net als de vorige organisaties – niet verder dan ‘he said, she said’. Ik was radeloos en stelde haar de vraag die ik al zo vaak had gesteld: “Wat moet ik doen om een eerlijk rapport te krijgen?”
Wij doen niet aan waarheidsvinding
We worstelden achter de schermen, onze dochter en ik, terwijl voor de schermen rustige rapporten voor de rechters werden geschreven. Nee, ik heb nooit onze dochter bij haar vader willen weghouden. Ik wilde niets liever dan een goede band tussen haar en haar vader. Ik had het liefst gewild dat er geen signalen waren die maakten dat ik vond dat ik hier een rol in moest pakken. Maar de realiteit was nu eenmaal anders: net als vroeger werd duidelijk dat haar belangen voor haar vader niet telden, dat ze op eieren moest lopen om hem te pleasen, dat ze moest dealen met onvoorspelbaar en onveilig gedrag, en dat ze meer emotionele chantage, manipulatie en intimidatie moest verdragen dan een kind ooit zou moeten verdragen. Ik voelde me verscheurd voor onze dochter die ik zo beschadigd zag raken. En dus besloot ik na maanden mijn ex-man op te nemen: niet om te ‘winnen’, niet om te provoceren, maar om bescherming te krijgen van hulpverlening.
“Het is uw woord tegen dat van hem”, herhaalde de hulpverleenster in het volgende gesprek. “Nou…” begon ik, “eigenlijk niet meer. Ik heb geluidsopnames gemaakt. Ik kan u laten horen wat gebeurt als niemand meekijkt.” Ik zocht mijn telefoon al in mijn tas om het te kunnen laten horen, maar werd verrast toen ik weer opkeek. De hulpverleenster had haar wenkbrauwen opgetrokken: “Dat is best wel erg, hè? Dat u hem opneemt.”
Ik viel stil en probeerde te plaatsen wat ik zojuist had gehoord. “Dus… als ik iets vertel zonder bewijs, dan is het mijn woord tegen dat van hem, en als ik dan kom met bewijs, dan is het erg dat ik dat heb verzameld?” Ik kon mijn ongeloof nauwelijks onderdrukken. “Maar… u wil het wel horen, toch? Het gaat om een kind.” Maar de hulpverleenster was niet geïnteresseerd. “Nee, we gaan de opnames niet beluisteren”, zei ze. “Wij doen niet aan waarheidsvinding.”
Vals rapport
We kregen geen eerlijk rapport. We kregen wel – alweer – extra hulpverlening: een organisatie die meekeek bij de wisselmomenten van onze dochter. Ik was er blij mee, want mijn ex-man gedroeg zich daardoor beschaafd. Maar al gauw begon het zich tegen me te keren. “De wisselmomenten verlopen goed. We zien eigenlijk niet waar u het over hebt gehad”. Nee, natuurlijk niet. Er staat een organisatie op zijn vingers mee te kijken! Maar het maakte me niet uit dat hulpverlening naar een schijnvertoning keek: zolang zij meekeken, hadden wij rust. Echter had ik me niet erger kunnen vergissen.
De bril waarmee hulpverlening keek, begon te veranderen. De moeder: had ze wel de waarheid verteld, was het wel zo slecht gegaan tijdens de wisselmomenten, of hebben we te maken met een moeder die vader heeft zwartgemaakt, het kind bij hem wil weghouden, een moeder die ex-partnerproblematiek uitvecht via ouderschap? Ik zag de rapporten veranderen: niet met feiten, niet met uitspraken die ik deed, niet met dingen die ik verkeerd deed, maar met eigen aannames van de hulpverleenster, zelf gecreëerde ideeën over hoe zij dacht dat de vork in de steel zat, overtuigd van de gekleurde bril die ze hierin had opgezet. Ik zag hoe de hulpverleenster op de hand raakte van mijn ex-man, hoe ze voor hem begon te schrijven, en tegen mij begon te rapporteren.
Het zou haast ongeloofwaardig klinken als ik zou schrijven dat ze zelfs zo ver ging om een vals rapport over mij op te maken. Maar hoe absurd dit ook klinkt: het is echt gebeurd. Ik zag plots een verslag waarvan ze de inhoud zelf had gefabriceerd. Er werden nare uitlatingen van mij ‘geciteerd’ die ik helemaal niet had gedaan. Er werden onderwerpen neergeklad die helemaal niet waren besproken. Ik kon niet geloven waarin ik verzeild begon te raken.
Ik belde direct haar manager. “U mag uw mening over haar verslag op papier zetten en die wordt achter het rapport gehecht”. Ja, die kende ik inmiddels, die mening die met een paperclip aan het rapport wordt gehecht: een blaadje dat voor de vorm erbij hangt maar niets verandert. Ik kon uiteindelijk met een geluidsopname – die had gedraaid voor mijn ex-man maar daardoor ook de hulpverleenster had opgenomen – aantonen hoe gelogen de hulpverleenster had gerapporteerd. De organisatie kon er niet langer omheen: “Het verslag wordt uit het systeem gehaald.”
Ik begon op te raken: uitgeput van mijn verhaal vertellen, uitgeput van het niet gehoord worden, en inmiddels uitgeput van een strijd die ik erbij had gekregen. Ik kreeg door dat ik niet alleen moest opboksen tegen mijn ex-man, maar kennelijk ook tegen hulpverlening.
Meldt u maar bij blauwe plekken
Intussen werd door een andere organisatie rapport uitgebracht aan de rechter: over hoe ze aangekondigd bij mijn ex-man op huisbezoek waren geweest, over hoe hij samen met onze dochter koekjes voor hen had gebakken, over hoe ze hem met onze dochter met de poppen hadden zien spelen. Keurig. Het advies: een uitbreiding voor vader en daarmee een omgangsregeling van bijna 50/50. De opnames van telefoongesprekken, de opnames van wisselmomenten, de foto’s, de brieven van omwonenden: alle stukken die de werkelijke gang van zaken toonden, werden achterwege gelaten. Ze hadden de beschikking gehad over een map vol bewijs, maar in het rapport werd er met nul woorden over gerept. Een paar weken na afronding kreeg ik een telefoontje: “U mag uw map nog komen halen.”
Ik begon me af te vragen of ik het verkeerd zag, of ik te gevoelig was geworden, of ik te gekleurd was geraakt door mijn eigen ervaringen. Maar elke keer opnieuw zag ik hoe hij omging met onze dochter. En dus vroeg ik bij het ophalen van de map of ze echt vonden dat onze dochter veilig was bij haar vader. “U ziet het niet verkeerd. Wij zien ook dat uw dochter wordt beschadigd. Maar we kunnen hier nog niets mee. Zodra ze een blauwe plek heeft, moet u aan de bel trekken.” Er ontglipte me een spottende lach. “Bij wie? Bij u?! En dan komt u in actie? Tegen de tijd dat ze fysiek wordt mishandeld, heeft ze al een lange weg aan psychische mishandeling afgelegd. En die laat diepere sporen na dan een blauwe plek.” Ik verliet het gebouw: wat een misvatting om te denken dat alleen fysiek geweld de moeite waard is om in te grijpen.
De map waar hulpverlening niets mee had gedaan, werd wel serieus bekeken door de rechter. Hij keek verbouwereerd naar de organisatie: “U weet zeker, met alles wat hier voor ons ligt, dat u uw advies niet wil aanpassen?!” Nee, hun rapport bleef intact, en dus werd simpelweg – want dat blijkt ook voor een rechter de minste poespas – het advies gevolgd. Een omgang van bijna 50/50. Er moest wel nog iets gebeuren “met het gedrag van vader”: geen beperktere omgang met onze dochter (die werd immers uitgebreid), geen eigen traject voor vader, maar hulpverlening voor – daar gingen we weer – beide ouders.
Bel niet de politie: dat is traumatisch voor hem
En zo zat ik een paar weken later tegenover organisatie nummer 10. De organisatie keek lang genoeg mee voor mijn ex-man om zijn geveinsde houding niet langer vol te kunnen houden. De hulpverlener leek door te hebben wat ik al jaren probeerde te vertellen. “Dit is geen vechtscheiding. Dit is een eenzijdig conflict. Dat jullie dochter zich ondanks alles nog staande houdt, is jouw verdienste.” Het voelde veilig onder de vleugels van deze organisatie. Er werd niet meer weggekeken. Echter bleek dat zelfs bij deze organisatie een illusie.
Het moment dat onze dochter zich in een onveilige situatie bevond bij haar vader, en ik direct de hulpverlener om hulp vroeg, kreeg ik pas echt het advies der adviezen: “Ik zou niet de politie bellen. Dat is de vorige keer heel traumatisch voor hem geweest.” Ik kon mijn oren niet geloven. “Ik… Wat?! Dus toen ik werd mishandeld, met onze dochter erbij, en hij werd opgepakt, toen is dat traumatisch geweest voor… voor hem?! En nu moet ik dus geen politie bellen… voor hem?!”
Ik was met één been al vertrokken uit deze hulpverlening, maar kreeg een definitief zetje met het laatste rapport: wat gedurende het traject ‘stalking’ werd genoemd, werd nu gerapporteerd als ‘vader treedt graag in overleg met moeder’; wat eerder als ‘de-escalerend reageren’ werd gecomplimenteerd, werd nu gerapporteerd als ‘moeder houdt de communicatie beperkt’; en wat voorheen werd omschreven als ‘vader ligt op ramkoers’ werd nu gerapporteerd als ‘dit leidt zichtbaar tot teleurstelling bij vader’. Ik was voor het eerste in alle staten: “Waarom hebt u niet de ballen om te rapporteren wat zich een jaar lang onder uw neus heeft afgespeeld?!” Het antwoord: “We willen voorzichtig rapporteren, zodat we hem niet triggeren, zodat we hem binnenboord houden.”
Ik was niet meer bang het patroon te benoemen: “Dus… er is er één die onze dochter beschadigt, maar diegene durft niemand aan te spreken, en in plaats daarvan moet ik blijven meedraaien, organisatie na organisatie, hulpverlening na hulpverlening, toekijkend hoe vader alleen maar meer omgang krijgt, en mogen wij worstelen met de realiteit, die jullie erkennen, maar ervoor wegkijken zodra jullie moeten rapporteren? En dan kom ik bij rechters met van die neutrale rapporten, die niks beschrijven, en die bescherming dus alleen maar tegenwerken? Ik stapte eruit met maar één conclusie: “U voelt niet als hulpverlening. U voelt als probleemverlening.”
Overeenkomsten
Ik schrijf nu – jaren later – voor het eerst over mijn ervaringen met hulpverlening De rapporten en dossiers die ik van de plank heb gehaald om waarheidsgetrouw deze blog te kunnen schrijven, maken me misselijk. Het onrecht, de machteloosheid en het gevoel van controleverlies voel ik opnieuw als de dag van gisteren. Ik dacht dat de relatie met mijn ex-man de zwaarste jaren waren geweest, maar het systeem van hulpverlening waarin ik me zo lang gegijzeld heb gevoeld, heeft misschien nog wel meer leed toegebracht.
- Ik heb altijd gevoeld dat hulpverlening in zoveel opzichten leek op de relatie met mijn ex-man. Ik kon het eerder niet goed duiden, maar nu kan ik wel de juiste woorden eraan geven.
- Ik had – net als voorheen – geen controle of autonomie. Een ander bepaalt hoe je (gezins)leven eruitziet.
- Ik zat – net als voorheen – gevangen in een zware afhankelijkheidspositie. Een kleine marionet in handen van een machtig systeem dat de touwtjes beheert. Wat hulpverlening schrijft, telt.
- Ik voelde me – net als voorheen – niet gehoord. Je kunt zeggen wat je wil, maar er wordt niet geluisterd.
- Ik zat – net als voorheen – klem en kon niet weg. Het moment dat je weg wil, word je gerapporteerd als ‘zorgmijdend’.
- Ik zag – net als voorheen – een vinger die continu naar mij wees: alles wat je doet, is fout. Vertel je zonder bewijs, is het niet goed. Kom je met bewijs, is het ook niet goed. Bescherm je je kind niet, dan ben je geen verantwoordelijke ouder. Bescherm je je kind wel, dan maak je de andere ouder zwart.
- En tot slot zag ik – net als voorheen – onze dochter nog evenveel lijden. Het enige verschil was dat het niet meer onzichtbaar was, maar dat tien organisaties meekeken. En de meesten niets deden.
Aandacht vragen
Ik hoop met mijn verhaal (h)erkenning te geven aan mensen die zich verloren voelen binnen hulpverlening. Je bent niet alleen. Ik kan je situatie niet veranderen, maar ik kan wel proberen mee te geven: blijf trouw aan jezelf, blijf puur en echt, en blijf doen waarvan je vindt dat je het moet doen: niet omdat hiermee zeker is dat je je doel zult bereiken, maar vooral omdat dat het enige is waarmee je jezelf recht in de ogen kunt kijken. Ik heb uiteindelijk zonder hulpverlening alles aan een rechter voorgelegd, en hoewel het ook daar kan vriezen of dooien, heeft deze rechter eindelijk mij en onze dochter durven beschermen. Ik zou ook willen verwijzen naar Het Verdwenen Zelf: een organisatie die slachtoffers van psychische mishandeling ondersteunt via een uitgebreid dienstenaanbod en nuttige artikelen. Ik heb hier zelf veel kracht en erkenning uit gehaald, net als uit de boeken die zijn geschreven door Iris Koops.
Ik schrijf ook om aandacht te vragen van hulpverlening. Ik geloof niet dat hulpverleners met slechte intenties werken. Ik begrijp dat het lastig is een dynamiek te doorgronden. Ik begrijp dat twee personen twee verschillende verhalen vertellen. En ik begrijp dat onderbuikgevoelens niet voldoende zijn om op te rapporteren. Ik pretendeer niet het antwoord te hebben op de vraag hoe hulpverlening dan moet worden ingericht.
Maar ik meen wel te kunnen zeggen dat afgestapt moet worden van standaardprotocollen waarmee wordt gewerkt, dat afgestapt moet worden van het ‘heilige’ idee dat kost wat kost co-ouderschap moet worden nagestreefd, dat er veel meer kennis moet komen over dwingende controle en intieme terreur, dat aan waarheidsvinding moet worden gedaan, dat serieus wordt genomen wat een ouder laat zien aan objectief bewijs, en bovenal dat eerlijk wordt gerapporteerd. Het Verdwenen Zelf biedt ook trainingen voor jeugd- en gezinsprofessionals: juist om bewustzijn te creëren op deze problematiek en hen te helpen toewerken naar passendere hulpverlening.
Een moeilijke scheiding is niet altijd een vechtscheiding. En waar twee zijn hebben niet altijd twee schuld. De mensen – moeders of vaders – die na jarenlang geweld de moed hebben gevonden om de relatie te beëindigen, doen dat in de eerste plaats nog niet eens voor zichzelf. Ze willen vooral een betere toekomst voor hun kind. Geef deze ouders – en vooral hun kinderen – hulp. Geef hen alsjeblieft niet een probleem erbij.
-
Dit verhaal is eerder verschenen op de website van Het Verdwenen Zelf. Dat is een autonome expertorganisatie, gespecialiseerd in psycho-educatie en herstelgerichte ondersteuning bij dwingende controle en intieme terreur. Op basis van de ervaringen die Benthe en vele anderen deelden, publiceerde HVZ een reeks achtergrondartikelen over het mechanisme achter dit patroon en wat professionals eraan kunnen doen.
Lees daar ook het verhaal Waarom ging je niet weg? van Benthe.
-
Illustratie: Hester van de Grift
-
Wil jij je gedicht publiceren op GGZ Totaal? Stuur een mail naar info@ggztotaal.nl.
-
Lees alle andere huisdichters op GGZ Totaal
-----------------------------------------------------------------------------------------
Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.
Abonneren kan direct via het inschrijfformulier, opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines.








