De vluchtelingencrisis heeft recentelijk een nieuw hoogtepunt bereikt. Oorlog en gewapend conflict in landen zoals Syrië brengen duizenden mensen ertoe huis en haard te verlaten om hun toevlucht te zoeken in veiliger landen - vaak met fatale gevolgen, zoals de afgelopen tijd pijnlijk duidelijk is geworden. Diegenen die het Westen weten te bereiken om daar asiel aan te vragen, zijn door hun oorlogservaringen en de vaak levensbedreigende vlucht vaak zwaar getraumatiseerd. Vluchtelingen lopen hierdoor een hoog risico op het ontwikkelen van posttraumatische stressstoornis (PTSS).
Hoe zijn deze vluchtelingen het beste te helpen? Zijn Westerse technieken daar voldoende veilig en effectief voor? Voor de psychotherapeutische behandeling van PTSS bij volwassenen zijn richtlijnen uitgebracht, waarin zogenaamde traumagerichte therapieën worden aangeraden als behandeling van eerste keus. Dergelijke therapieën worden gekenmerkt door een blootstelling aan traumatische herinneringen. Eye movement desensitisation and reprocessing therapie (EMDR) is hier een voorbeeld van. EMDR wordt in Nederland veelvuldig toegepast, met goede resultaten.
Onder wetenschappers en behandelaren bestaat al langere tijd discussie over de veiligheid en effectiviteit van traumagerichte therapie bij vluchtelingen. Naar de veiligheid en effectiviteit van EMDR bij vluchtelingen was nog geen onderzoek verricht. In het proefschrift van Jackie June ter Heide wordt, op basis van onderzoek naar EMDR bij 72 vluchtelingen met PTSS, aangetoond dat EMDR veilig kan worden ingezet bij vluchtelingen. Ook concludeert zij dat de behandeling met een beperkt aantal van 9 sessies beperkt effectief is. Deze bevindingen noemt Ter Heide bemoedigend, omdat een veilige en effectieve behandeling van vluchtelingen kan bijdragen aan een kansrijke start van hun nieuwe leven in Nederland.
Ter Heide promoveert 30 oktober in Utrecht.
Bron: Universiteit Utrecht








