Professionele cliëntondersteuners ervaren steeds meer druk op hun onafhankelijkheid. Dat is verontrustend, want die onafhankelijkheid is noodzakelijk en daarom vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet langdurige zorg (Wlz) uit 2015. Dat schrijft Ieder(in), dat zich daarbij baseert op een recent onderzoek van het associate lectoraat ‘Informele netwerken en laatmoderniteit’ van Christelijke Hogeschool Ede (CHE), uitgevoerd in opdracht van de beroepsvereniging van professionele cliëntondersteuners (BCMB). Cliëntondersteuners zijn bevraagd over hun ervaringen met de Wmo en de Wlz. Centrale thema’s in het onderzoek zijn professionele autonomie (onafhankelijkheid) en kwaliteit.
Noodzakelijke randvoorwaarden
Cliëntondersteuners helpen kwetsbare burgers de weg te vinden in het woud aan regelingen voor zorg en welzijn, behartigen daarbij hun belangen en betrekken daarbij het eigen netwerk van de cliënt. De resultaten van het onderzoek zijn gepresenteerd op het Landelijk Symposium ‘Cliëntondersteuning naar een hoger niveau’ op maandag 19 november 2018.
Belangrijkste bevinding is dat veel cliëntondersteuners druk op hun autonomie ervaren. In de Wmo hangt dit sterk samen met de wijze waarop zorg en welzijn op lokaal niveau zijn ingericht. In de langdurige zorg (Wlz) gaat het vooral om het ervaren van te weinig bevoegdheden waardoor zij bij zorgkantoren en zorgaanbieders te weinig invloed hebben.
Op basis van de onderzoeksresultaten beveelt CHE nader praktijkgericht onderzoek aan naar de organisatie van de cliëntondersteuning en de onafhankelijkheid. Door zicht te krijgen op wat werkt en wat knelt kunnen gemeenten makkelijker keuzes maken voor aanpassingen. Het gaat hierbij om urgente randvoorwaarden. Onafhankelijkheid is een kernwaarde en noodzakelijk om daadwerkelijk naast de kwetsbare burger te staan en zijn belangen te behartigen. Het is daarom ook opgenomen in de genoemde wetten. Die kernwaarde mag niet onder druk staan.
Een ander aspect dat is onderzocht is de samenwerking tussen beroepsmatige (formele) cliëntondersteuners en ervaringsdeskundige en vrijwillige (informele) cliëntondersteuners. Uit het onderzoek blijkt dat die samenwerking en de verschillende rollen onduidelijk zijn. Daarom pleit BCMB voor onderscheidende termen voor formele en informele cliëntondersteuners en een duidelijke regierol van gemeenten bij het faciliteren van die samenwerking.
Bron: Persbericht Ieder(in)
Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! Abonneren kan direct via het inschrijffomulier, of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines








