Maandenlang had ik opgesloten gezeten. Ik was aardig gehospitaliseerd.
Kwam ik hier ooit nog eens vandaan? Op deze dag raakte het gelukkig een beetje op de achtergrond. Want de zon scheen en ik mocht even zomaar in het park wandelen.
Ik liep lekker in het zonnetje te kuieren. Ik mocht volstrekt niet van het terrein af, hadden ze uitdrukkelijk gezegd, want anders had ik het voorgoed verpest. Maandenlange opsluiting hadden hun sporen achtergelaten, geestelijk en lichamelijk. Mijn enige afleiding was eten, roken en slapen.
Daardoor was ik moddervet geworden en een beetje beweging was wel goed voor me, vonden ze. Nou, daar hadden ze gelijk in. Daar liep ik dan eindelijk, wel in het park, maar toch buiten voor een uurtje. Op therapie had ik via een toiletruitje uitzicht op mensen van buiten. Uren stond ik te kijken en te smachten.
Die mensen gingen hun gang, en ze wisten niet dat ze met intense, jaloerse blikken werden gadegeslagen. Zij hadden iets heel erg belangrijks wat ze niet beseften, iets wat ik niet had en waar ik echt met heel mijn hart naar hunkerde, namelijk hun vrijheid.
Maar nu had ik lang genoeg staan smachten en mocht ik eindelijk alleen een wandelingetje maken. Er was nu eindelijk geen plafond met neonlampen, maar een blauwe eindeloze lucht.
Toen, op een stil laantje, kwam er een deftige meneer op me afsnellen. ”Jongeman, weet je misschien waar paviljoen H 3 is”? Verbaasd en trots dat ik iemand van buiten sprak, legde ik het hem in detail uit. Toen ik uitgesproken was, keek hij knikkend de kant uit die ik hem aanwees. Hij draaide zijn gezicht plots naar me toe en sprak op gedempte toon:
“Dat is toch dat paviljoen waar al die hele erge gekken zitten?”
“Ja, daar ben ik er eentje van”, zei ik.
Hij stamelde wat, keek me verbaasd aan en maakte snel dat hij weg kwam.
Ik had het eruit gegooid voor dat ik besefte wat ik gezegd had. Ik stond wel schaapachtig te lachen, maar ik kon wel janken. Dus zo dacht de buitenwereld over mij. Ik besefte toen dat ik wel altijd gediscrimineerd zou worden, ook al was ik vrij. Ik zat tussen gekken, ze dachten dat ik gek was.
Zou ik dan toch echt gestoord zijn?
Dit verhaal won in 2016 de derde prijs in onze verhalenwedstrijd. Klik hier voor de PDF








