Gehecht aan je therapeut: ‘tuurlijk of taboe?

door Judith de Roos

Judith de Roos las Domweg gehecht aan de dokter van Simone Best. Zij vroeg zich af: hoe speelt dit binnen de ggz? Daarvoor ging ze in gesprek met drie oud-cliënten van ggz-instelling Hezenberg, een klinische setting voor persoonlijkheidsproblematiek in combinatie met co-morbiditeit.

Simone Best is van huis uit socioloog en journalist, dit verklaart waarschijnlijk meteen waarom het boek Domweg gehecht aan de dokter (https://uitgeverijlente.nl/domweg-gehecht-aan-de-dokter/)heel prettig wegleest, iets wat bij boeken van ervaringsdeskundigen zeker niet altijd het geval is. Best vertelt over de behandeling van haar baarmoederhalskanker. Ze wordt behandeld door gynaecologisch oncoloog dokter Veer. Hij is betrokken vanaf de diagnose tot de laatste controle afspraak vijf jaar na dato. Hij geeft haar “een ‘warmbadgevoel’, is hoffelijk, vol optimisme en met goede grappen voelde ze zich onder zijn vleugels genomen”.

Best merkt dat ze zich steeds meer aan hem gaat hechten. Dat geeft wat verwarring: Is ze fan? Is ze verliefd? Is het omdat het contact zo gelijkwaardig voelt? Of omdat hij er op de moeilijke en intieme momenten is? Haar huisarts noemt het “liefdesverdriet, en heel gewoon”. Best besluit deze gehechtheid eens goed onder de loep te nemen en er een boek over te schrijven. Het bevreemd haar dat ze er nooit iemand over hoort. Het lijkt een soort taboe wat voor haar “knettereenzaam en verwarrend” voelt. Het boek is helder geschreven en geeft een mooi inkijkje in haar proces.

Ik besloot een lijntje naar de hulpverlenersrelatie binnen de ggz te trekken. Hoe is het daar? Speelt het daar ook en is er aandacht voor? Ik sprak met drie oud-cliënten van Hezenberg, klinische setting voor persoonlijkheidsproblematiek in combinatie met co morbiditeit:

- Eva* (34 jaar): veel hulpverlening gehad, ze is laat gediagnosticeerd met ASS en is bekend met FNS, prikkelverwerking en chronische pijn.

- Sofia* (33 jaar), vanaf haar veertiende bekend met depressies en psychosomatische klachten, heeft al veel ggz-hulp gehad.

- Liv* (57 jaar), bekend met veel ggz-hulp voor depressies en CPTSS.

 

De auteur vraagt zich af of de gehechtheid die ze voelt een taboe is, ze hoort er niemand over. Hoe is dit voor jou?

Kwetsbaarheid
Sofia: “Ik herken het zeker. Bij mij is het afhankelijk of de psychiater alleen maar vragen stelt of ook echt iets van zichzelf laat zien. Zo was ik vier jaar bij iemand, toen moest ik gaan afbouwen. Het heeft heel lang geduurd voordat ik helemaal los kon. Het is spannend om het dan alleen te gaan doen, ik was gehecht aan de steun en aan het feit dat ik altijd mijn verhaal bij haar kwijt kon en bevestigd werd. Het echt gezien worden is een hele belangrijke factor hierbij, lijkt me. De intensiteit is daarbij echt van belang, mijn therapeut wist echt alles van me. Ik heb haar dus heel vaak ook nog gebeld terwijl we al hadden afgesloten. De kwetsbaarheid heeft daar echt mee te maken. Daar hadden we het wel over en daarom kozen we ook voor een langzame afbouw, ze stelde me gerust dat het vanzelf wel zou veranderen richting afronding. Zo iemand wordt zo gewoon en vertrouwd in je leven, je denkt er dan niet bij na dat het eigenlijk haar werk is, het voelt een beetje als familie.”

Schaamte

Ook Eva herkent het, ze doet veel aan lotgenotencontact en daar is het wel een onderwerp van gesprek. “Ik ben zelf heel vroeg in de hulpverlening terecht gekomen. Ik ben als kind uit huis geplaatst. Op een gegeven moment heb ik me echt afgesloten van het hechten, omdat ik merkte dat het voorbij gaat. Mensen gingen steeds weer weg. Ik had eigenlijk helemaal niemand, alleen die hulpverleners en die gingen allemaal weg. Er is ook schaamte, omdat er lacherig werd gedaan over het feit dat zo’n zorgverlener dan zwanger werd en wegging. Dat moest maar gewoon kunnen. Het deed er niet toe wat ik daarover voelde. Dit is eigenlijk voor het eerst dat ik er iets over zeg. Dus ik denk wel dat het een taboe is. Er wordt weinig gepraat over de band die je met elkaar hebt het gaat veel meer inhoudelijk over de behandeling.”

Afhankelijk

Liv herkent hechting zeker binnen de ggz, het taboe erover wat minder: “Ik heb een behandelaar die al heel lang in mijn leven is en daar denk ik ook af en toe aan. Mijn gevoelens over haar zijn heel liefdevol en dat schurkt soms ook wel tegen vriendschap aan. Zeker als zij me dan ook iets over haar leven vertelt, dan kan me dat bezighouden, net als bij een vriendin eigenlijk. Ik ken het niet zo sterk en groots als de schrijfster. Maar het is wel begrijpelijk: je zit in een afhankelijke situatie en hebt dan een hulpverlener die jou welwillend tegemoet treedt. Ik kan me voorstellen dat daar dan allerlei gevoelens ontstaan. Waar ik me weleens druk over maak is dat als zij overlijdt, dat ik dat dan niet te horen zou krijgen. Want op welke lijst sta ik? Het is voor mij geen taboe, omdat het geen heel groots gevoel is. Ik zou het een taboe vinden als ik verliefd zou zijn. Dat zou ik niet durven vertellen.”

 

Wat zou goed zijn in het proces van gehechtheid tussen hulpverlener en client? Wat moet er gebeuren?

Zelfbescherming

Eva geeft aan dat er één ding in ieder geval altijd werkt en dat is erover praten.“Ik zat eens tegenover een psycholoog waarbij ik aangaf dat ik niet zo goed wist wat ik moest met zijn betrokkenheid, juist omdat het zijn werk was. Die was heel erg gekwetst dat ik dat zei, want die was wel degelijk op mij betrokken. Daar gaan ze verschillend mee om, deze deed dat wel. Dat gesprek heeft er heel erg bij geholpen. Verder moeten laatste afspraken echt afsluitend zijn, en ruimte geven voor afscheid nemen. Ik heb heel strak voor mezelf besloten dat als een traject klaar is, dat ik dan geen contact meer zoek. Uit zelfbescherming. De grenzen zouden dan vaag worden. Ik houd me ook altijd voor dat dit hun werk is waarvoor ze betaald worden, en als ze naar huis gaan hebben ze daar hun eigen leven. Die duidelijke grens creëren helpt mij, zodat ik niet teleurgesteld word als dat contact niet kan.”

Inzichtgevende therapie

Liv vertelt meer hulpverleners gehad te hebben waarbij geen hechtingsrelatie was, dan wel. Dat ligt ook aan de werkwijze. “Bij cognitieve gedragstherapie heb ik zelden warme gevoelens gehad voor een behandelaar. Maar als het een inzichtgevende therapie is, waarbij iemand heel veel belangstelling heeft voor wat ik voel en denk, dan kunnen er wel gevoelens ontstaan. Het gaat ook echt om de overdracht. Ik heb die ander nodig, ben dus afhankelijk. De mate van hoe ik me gezien voel, die maakt dat. Het doet me denken aan die ideale vader of moeder waar je dan op projecteert. Dan is het niet gek dat je daar heel veel gevoelens bij krijgt. Goed afscheid nemen en alle gevoelens mogen benoemen, is wel belangrijk. Maar dat is wel moeilijk hoor. Dat je ook mag zeggen ‘ik had wel gewild dat je mijn vader was, of was mijn man maar zo attent’ lukt nog wel. Maar als het gaat om agressieve, seksuele of liefdesfantasieën, dan is dat wel moeilijk. En ook het uitspreken van dankbaarheid of afhankelijkheid is kwetsbaar om te uiten. Afscheid nemen vraagt echt veel tijd, niet één moment.”

Bewust

Liv: “Bij inzicht gevende therapie zou hechting en wat je voor je therapeut of cliënt voelt wel een onderwerp moeten zijn. Maar dat is voor veel hulpverleners ingewikkeld. Ik heb meegemaakt dat ze zich echt persoonlijk aangevallen voelden. Terwijl het fijn is als ze met mij willen onderzoeken wat er gebeurt tussen ons, dat is heel waardevol. Maar veel therapeuten hebben dat niet in huis. Het lijkt ook niet alsof ze daar toe worden opgeleid. Het vraagt om veel zelfreflectie. Een therapeut zou zich bewust moeten zijn van zijn eigen hechting en hechtingstijl en wat dat oproept bij anderen. En als deze daar op wordt aangesproken moet ie daar voor open kunnen staan om zelf ook met de billen bloot te gaan. Ik heb in een groepstherapie ook wel meegemaakt dat een cliënt fantasieën had over een therapeut, dan is het wel belangrijk dat het daar toch over mag gaan.”

Contrast

“Je moet het erover hebben als daarin iets bijzonders gebeurd”, zegt Sofia. “Mijn kaakchirurg is bijvoorbeeld heel zakelijk, daar hoef ik het hier niet mee over te hebben. Het ligt eraan hoe iemand zich opstelt, diens persoonlijkheid en of je een klik hebt ja of nee. Maar het allerbelangrijkste is toch dat je gezien wordt. Ik heb ook weleens een begeleider gehad en die was veel te begaan. Je voelde dat er met haar ook van alles aan de hand was. Dan voelde ik me toch bezwaard om mijn lastige dingen te vertellen, die hield ik dan maar voor me. Terwijl je hebt echt iemand nodig die je steunt en waar je op terug mag vallen, die moet gewoon echt staan. Hulpverleners zouden veel meer aandacht moeten hebben voor de overgang van behandeling naar huis. Ik ben nu al een paar keer in een gat gevallen na een behandeling. Het contrast is heel groot. Er is eerst steeds iemand die met je meedenkt en er voor je is, en daarna moet je het weer helemaal zelf doen. Dan kom ik ook weer in contact met dat eenzaamheidsgevoel, omdat ik  weer veel minder gezien en gehoord word terwijl dat juist fijn is.”

 

Zou het ook zo kunnen zijn dat je probleem makkelijker en sneller herstelt als je een hele goede klik hebt met je hulpverlener?

Zwangerschap of wereldreis
Sofia: “Dat moet wel. Het helpt als de sfeer fijn is, behandeling slaan dan sneller aan lijkt me. Helemaal geen klik werkt voor mij echt niet. Ik moet me gezien voelen en voelen dat iemand meedenkt. Ik vind het fijn als hulpverleners ook wat persoonlijker zijn met hun eigen verhaal. Ik onthoud de therapeuten die dat doen het beste, die maken het meeste indruk. Daarnaast is ‘gezien worden’ echt een vereiste. Ik ben wel gewend dat het heel snel wisselt. Heb je net een band, gaan ze weer met zwangerschapsverlof of op wereldreis. Ik heb echt van alles meegemaakt. Door al dat gewissel kon ik me soms ook niet echt hechten. Dat is met zo’n vaste oncoloog misschien anders. Ik stuur ook wel eens gewoon mijn dossier. Dan vertel ik niet alles, maar laat het gewoon lezen. Dan voelt het qua binding ook minder, want dan heb ik het niet verteld. Dan is dat kwetsbare stukje veel minder. Ik denk dus dat het gehecht raken aan te maken heeft met hoe kwetsbaar ze je gezien hebben. Ik denk dat heel veel klachten psychisch zijn, en dat het dus fijn is als je daar steun voor ervaart. Je bent niet alleen maar een kwaaltje. Ik had laatst een operatie. Er was een verpleegkundige die heel lief was en me aan het lachen maakte. Dan ga je toch heel anders zo’n operatie in.”

Bewondering

Liv: “Ik denk niet dat het per se om de klik draait, het gaat er ook om of er iets gebeurt wat er moet gebeuren. Bij een opname was er een sociotherapeut die vaak een beetje lompig was, maar op een heel belangrijk moment voor mij heeft hij zich heel vaderlijk en zorgzaam opgesteld richting mij. En dat wat hij bij mij teweeg bracht, projecteerde ik daarna wel op hem. Dat hij dat voor mij heeft gedaan. Daarna voelde ik een soort bewondering voor hem, terwijl onze klik niet echt super was ofzo. Bij gedragstherapie gaat het bijvoorbeeld echt over het oefenen van gedrag. Zij kon mij daar goed in begeleiden, daar had ik geen klik voor nodig.”

Gesprek

Eva vult nog aan dat openheid over het proces door de  hulpverlener heel helpend is. “Dan is er een fijne basis waardoor ik de behandeling beter aan kan. Zo heb ik ook imaginaire rescripting gedaan met een therapeut. Die stapt dan met mij in de heftigste ervaringen uit mijn leven om ze te rescripten. Ik heb toen wel aangegeven dat dat heel intiem voelt, dat het heel spannend is. Ik ben daar toen het gesprek over aangegaan en dat heeft me wel geholpen”.

 

De auteur denkt op een bepaald moment in iedere grijze man op straat haar arts te zien, en ook loopt ze wanneer ze in het ziekenhuis is, altijd even langs zijn kamer in de hoop hem tegen te komen. Herken je daar iets van?

Ongemakkelijk
Liv heeft ervaart  het tegenovergesteld, ze vindt het juist gênant en ongemakkelijk als ze zo’n behandelaar in een privé situatie tegenkomt, ze weet zich dan niet goed te verhouden. “ik vind de afstand naar zo’n therapeut juist heel prettig”.

Sofia: “Nee, dat gaat wel ver. Ik heb wel eens nagedacht over hoe een hulpverlener zou wonen, maar daar hield het wel mee op.”

Ook Eva herkent het niet: “Nee, het klink ook wel een beetje als lichte dwang, dat haar hoofd ermee aan de haal gaat ofzo. Zou zij misschien ook een onveilige hechting gehad hebben? Ik ben zelf ook onveilig gehecht, maar bij mij is het precies de andere kant op gegaan. Ik probeer het juist heel erg te vermijden omdat ik weet dat het een gevoelig punt is. Het is heel verdrietig eigenlijk dat ik steeds bezig ben met dat het dan weer over kan gaan. Terwijl zij meer bezig lijkt te zijn om ervan te genieten. Ik ben me aan het beschermen en zij lijkt er juist vol in te gaan. Ik durf dat niet aan eigenlijk.

 

*De echte namen van de geïnterviewden zijn bij de redactie bekend

-

Illustratie: Hester van de Grift (https://hester-vandegrift.blogspot.com/)

-

Simone Best - Domweg gehecht aan de dokter. Mijn worsteling om weer los te komen van die zorgzame, witte jas na kanker (https://uitgeverijlente.nl/domweg-gehecht-aan-de-dokter/)
Uitgeverij Lente
Aantal pagina’s: 256
Prijs: € 24,90
ISBN: 9 789492 783714

 

-----------------------------------------------------------------------------------------

Vind je dit interessant? Misschien is een abonnement op de gratis nieuwsbrief dan iets voor jou! GGZ Totaal verschijnt tweemaal per maand en behandelt onderwerpen over alles wat met de ggz te maken heeft, onafhankelijk en niet vooringenomen.

Abonneren kan direct via het inschrijfformulier (http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89775/pagina/abonneren.html), opgeven van je mailadres is voldoende. Of kijk eerst naar de artikelen in de vorige magazines (http://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-89779/pagina/e-magazine.html).

GGZpratenrelatie GGZpratenrelatie