Welke verhalen houden we erop na?

Door: Joanne van Rossum

De meerwaarde van de narratieve benadering binnen de ggz

 

Het persoonlijke verhaal achter het psychisch lijden krijgt steeds meer aandacht binnen de ggz. Dat wil zeggen: er wordt breder gekeken dan alleen naar iemands klachtenpatroon. Achter iemands psychische lijden schuilt namelijk vaak een bijbehorend narratief dat dit lijden versterkt. De meeste mensen die psychische klachten hebben, ervaren dat niet in de vorm van symptoomrijtjes, maar als een hardnekkig verhaal waar ze maar niet vanaf lijken te komen. En wat ze steeds bevestigd zien in hun leven.

Pilot Verteltherapie

Sinds kort ben ik samen met een collega een pilot Verteltherapie gestart met cliënten die in behandeling zijn binnen de gespecialiseerde ggz. Het omvat een reeks van acht bijeenkomsten en is gestoeld op de narratieve therapie van Michael White (1948-2008).

Een van de deelnemers is de fictieve 43-jarige Bert die in behandeling is voor terugkerende depressies. Als baby wordt hij geboren met Scoliose, daarna heeft hij gedurende zijn leven veel medische zorg nodig. Bert is zichzelf gaan zien als ‘het zieke jongetje’ dat vaak aan de zijlijn staat. Niet voor niets, want het kost hem als kind en later als puber veel moeite zijn ouders te overtuigen dat hij er wel alleen op uit kan. Nog steeds heeft hij vaak het gevoel dat hij gezien wordt als zwak en als iemand die vaak het onderspit delft.

’Leer het telefoonnummer uit je hoofd’

Het narratief dat iemand van zichzelf vormt kun je zien als een constructie die bestaat uit levensgebeurtenissen, eigenschappen die iemand aan zichzelf toeschrijft, waarden en toekomstplannen. Iets concreter: iemands narratief wordt gevormd in dialoog met belangrijke anderen: binnen het gezin, vrienden en de bredere gemeenschap of subcultuur waarin iemand opgroeit.

In je leven maak je echter veel mee, waardoor er een selectie plaatsvindt in het narratief. De uiteindelijk verhalen die we erop nahouden, zijn de dominant story’s. In de Verteltherapie gebruikte ik het voorbeeld van Iejoor, de sombere ezel uit Winnie de Poeh. Zijn dominant story is duidelijk die van een pessimist die gelooft dat uiteindelijk alles in zijn nadeel uitpakt.

Bij Bert draait zijn dominant story om de wijze waarop hij zichzelf als ‘ziek jongetje’ is gaan zien. Zo vertelt hij bijvoorbeeld over de keer dat zijn moeder hem voor het eerst naar de kleuterschool bracht. Hij hoorde zijn moeder tegen de juf zeggen dat wanneer hij viel, de juf haar meteen moest bellen. Het is iets wat hij zich nog altijd goed herinnert: “Ik moest het telefoonnummer van thuis uit mijn hoofd leren, zodat er meteen gebeld kon worden als er iets met mij gebeurde.”

Dunne verhalen

Wanneer iemand te maken heeft met psychische problemen, zijn de dominant stories vaak ‘dunne’ verhalen. Het zijn verhalen die geen recht doen aan de complexiteit van het leven, vaak bestaan ze uit een probleem of een diagnose. Bert zag zichzelf als iemand met depressies en onzekerheid en internaliseerde op die manier zijn probleem. Met als gevolg dat zijn probleem ook zijn identiteit werd.

Ook kenmerkend voor mensen die hulp zoeken in de ggz is dat ze vaak het gevoel hebben geen eigen of authentiek verhaal te hebben. Of ze ervaren hun verhaal als allemaal losse eindjes, waar ze geen geheel van kunnen maken.

Michael White ontwikkelde samen met David Epston in de jaren 1970 de Narratieve Therapie. Door in te gaan op de verhalen die mensen vertelden tijdens de therapie, kwam hij erachter welke betekenis zij gaven aan hun levenservaringen. Tijdens de narratieve therapie werden problemen geëxternaliseerd, door deze beeldend te beschrijven. Hierdoor ontstaat er een scheiding tussen de persoon die een probleem ervaart en het probleem zelf. Een belangrijk uitgangspunt van White was dan ook: het probleem is het probleem. De persoon is de persoon.

Het externaliseren plaatst het probleem niet alleen buiten de persoon, het zorgt er ook voor dat iemand een positie kan innemen ten opzichte van het probleem. Identiteit valt niet langer samen met verschillende klachten, maar er ontspringt agency om te reageren op het probleem.

Dikke verhalen

Bert had vooral last van het gevoel weinig aan te kunnen, vanwege zijn ‘zwakke gezondheid’. Als gevolg daarvan bracht hij veel tijd in zijn huis door en ging hij weinig contacten aan. Tijdens de therapie gaf hij dit probleem een naam: Onzekerheid. Door het een naam te geven ontstond er ruimte om na te gaan wat hij zelf wilde. Wat werd hem afgenomen door Onzekerheid? Daar was hij duidelijk over: het gevoel er niet bij te horen en zijn grote angst voor het onbekende.

We besloten de ruimte buiten het probleemverhaal te erkennen. Met behulp van metaforen zochten we naar scheurtjes in dit verhaal: ben je weleens tegen Onzekerheid ingegaan? Heb je weleens een andere richting gekozen dan Onzekerheid je voorhield?

Dit proces is wat White de ‘Landscape of Action’ noemt: verhalen van gebeurtenissen waarin iemand ongemerkt of juist bewust het probleem probeerde te tackelen. Dit actielandschap is verbonden met het dieperliggende ‘Landscape of Identity’: een alternatief identiteitsverhaal waarin duidelijk wordt waar iemand werkelijk voor staat.

Om dit te illustreren: Een paar weken geleden besloot Bert een oude vriend eens op te zoeken en reisde per trein naar hem toe. Op allerlei manieren merkte hij dat Onzekerheid hem ervan probeerde te overtuigen dit niet te doen. Toch besloot hij te gaan omdat hij merkte hoe graag hij zijn vriend weer wilde spreken.

Tot slot

Zo ontstond hier een opening voor de alternatieve, ‘dikke’ verhaallijn van een Bert die verbinding en vriendschap belangrijk vindt. Gaandeweg de therapie ontwikkelt hij het verhaal van zichzelf als iemand die wel degelijk onbekende dingen aan durft te gaan, mede omdat hij zijn vriendschappen belangrijk vindt.

Tijdens deze pilot Verteltherapie ben ik verrast door de rijkdom van de verhalen die gaandeweg ontstaan in het gesprek. Pas tijdens deze pilot ontdek ik ook hoe dik en dun verhalen werkelijk kunnen zijn. En dat is wat mij betreft dan ook precies de meerwaarde van de narratieve therapie, want hiermee komt een alternatief verhaal tevoorschijn dat aanknopingspunten biedt. Anders gezegd; een verhaal dat bijdraagt aan een identiteit die vele malen verder gaat dan die van cliënt of psychiatrische symptoomrijtjes.

verteltherapie 1 verteltherapie 1