De engelen van Elisabeth

Johan Atsma recenseert het boek van Els Florijn

 

De geestelijke gezondheidszorg in Nederland kent inmiddels een lange historie en nog steeds staat de GGZ met enige regelmaat midden in de belangstelling. Op het moment van het schrijven van deze recensie staat er in de Volkskrant een artikel over de al dan niet bruikbare diagnostiek met behulp van de DSM 5 die volgens sommigen meer kwaad dan goed doet en volgens anderen in ieder geval bruikbaar gereedschap vormt. De grote en centrale vraag in veel van deze discussies is: hoe stel je vast of iemand lijdt aan een ziekte van de geest, is dat een ziekte en hoe noemen we die ziekte. Op welke gronden wordt dat bepaald, wie bepaalt dat en wat is daarin de rol van de cliënt/patiënt zelf in dat vraagstuk; allemaal vragen die in de GGZ al meer dan 100 jaar een belangrijke rol spelen. En ook al zijn de tijden veranderd, is de ene visie nog niet vervangen voor een andere of de volgende visie dringt zich al weer op, toch zijn we er met zijn allen nog steeds niet uit. Dat is in ieder geval mijn stellige overtuiging na het lezen van een reeks boeken gerelateerd aan de GGZ in de rol van recensent.

En dan ligt er nu een roman op mijn tafel: ‘De engelen van Elisabeth’ van Els Florijn. Fictie… Een geconstrueerd verhaal over een vrouw aan het begin van de 19e eeuw die verzeild raakt in naar hedendaagse maatstaven zeer bedenkelijke psychiatrie op zeer bedenkelijke gronden. Of toch niet? Is vooral de behandeling bedenkelijk? En wat heeft de maatschappelijke rol van de vrouw in het algemeen daarin voor betekenis? Is het systeem schuldig?

Op basis van twee oude boekjes: ‘Womens lunatic asylum’ van Nellie Bly uit 1887 en ‘Mijn ervaringen in het krankzinnigengesticht te ’s Gravenhage’ door Johanna te Gemt uit 1892 creëert Els Florijn het figuur Elisabeth die op grond van vermoedens over een actieve rol in het overlijden van twee van haar jonggeborenen wordt opgenomen in een krankzinnigengesticht. Florijn wil hiermee een beeld schetsen van “…de schrijnende wereld van de psychiatrie aan het einde van de negentiende eeuw.” Aldus de flaptekst. Je kunt je afvragen waarom ze dat nou eigenlijk wil want het resulteert in een roman die ruim gebruik maakt van cliché beelden om een beeld te schetsen van een vrouw aan de treurig makende onderkant van de samenleving waarin armoe, drankmisbruik en de ondergeschiktheid van de vrouw aan de orde van de dag zijn. Dat lijdt in dit geval tot de opname in een inrichting nadat twee van haar kinderen, beiden meisjes, vrij kort na de geboorte overlijden. In een structuur waarin telkens een hoofdstuk in het hier en nu van de inrichting wordt afgewisseld met een flashback naar wat daar aan vooraf ging, leer je Elisabeth kennen en wordt er door de flashbacks begrip gekweekt en solidariteit. Dat Elisabeth gebukt gaat onder haar eigen bestaan en daarin haar eigen uitweg zoekt, dat wordt gaandeweg ook wat duidelijker. De roman is aldus esthetisch, met mooie zinnen maar ook wat voorspelbaar. De rauwheid van het bestaan is kleurrijk beschreven en daar wringt wat mij betreft de schoen. Die rauwheid, de onrechtvaardigheid van het bestaan en de schrijnende rolverdeling in die maatschappij komt niet echt binnen, het blijft een beetje voor de hand liggen allemaal, weinig wordt aan de verbeelding overgelaten. Er is teveel een stapeling van clichés die, hoe waar ze ook kunnen zijn en bestaansrecht hebben, hier verdwijnen in een simpel verhaal waarin weinig ontwikkeling plaats vindt, bevolkt door clichématige figuren. De engelen uit de titel spelen in het beleven van Elisabeth op de achtergrond een belangrijke rol die afwijkt van wat je ‘normaal’ zou kunnen vinden. Dat thema speelt op de achtergrond mee en wordt niet heel erg uitgewerkt, daar waar het christelijk geloof wel degelijk een rol speelt in het verhaal. Dat enigma sluimert en stimuleert juist wel tot invoelen maar dat is te weinig om het schrijnende verhaal binnen te laten komen.

Als zodanig legt het boek ook geen verbinding met het hier en nu van de lezer en met het hier en nu van de GGZ en blijft het verhaal steken in de anekdote. ‘De engelen van Elisabeth’ zal zijn lezers zeker vinden maar voegt niets toe aan het denken over het doen en laten van de GGZ.

 

Els Florijn, De engelen van Elisabeth. Roman.
Uitgeverij Mozaïek-Utrecht; 252 pagina’s; € 21,99. ISBN 978 90 239 6023 2; NUR 301

engelen engelen