‘Nederland is kampioen kinderen opsluiten’

Bart Vuijk

 

’Kinderen van de Staat’ legt misstanden in gesloten jeugdzorg bloot

 

Drie jaar lang zocht ze naar één kind dat kon zeggen: ‘de JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg) heeft mij goed geholpen’. Journalist Hélène van Beek heeft dat niet gevonden. Wel vond ze tientallen zwaar beschadigde jongeren, en een aantal treurende ouders van kinderen die zichzelf achter de gesloten deuren van een instelling van het leven hebben beroofd. Na drie jaar onderzoek concludeert Van Beek dat het Nederlandse jeugdzorgsysteem een haast onneembaar bolwerk is, waarvan bijna niemand weet wat er achter de muren omgaat.

Haar boek Kinderen van de Staat is ronduit schokkend. Het gaat over tienduizenden kinderen die jaarlijks door de overheid in het ongeluk worden gestort. Er is niemand die er wat aan kan of wil doen. Cijfers en dossiers worden structureel verdonkeremaand of niet eens bijgehouden. En dan zijn er de grote jeugdzorgbedrijven, molochen met dubieuze verdienmodellen en mooie pr-praatjes, die via aanbestedingen van gemeenten expanderen ten koste van goede zorg. Met onveranderlijk een dik verdienende topbestuurder aan het hoofd. Kinderen van de Staat houdt de Nederlandse overheid, en de hele batterij aan hulpverleningsinstellingen, een keiharde spiegel voor.

 

Reddingsmentaliteit

Maar Van Beek houdt eigenlijk iedereen een spiegel voor. Wij, Nederlanders, denken dat wij die kinderen juist redden uit uitzichtloze situaties. Het zijn kinderen die niet goed door hun ouders worden verzorgd, die worden mishandeld. Die het slecht doen op school, die in aanraking komen met drugs, criminaliteit en loverboys, en ouderwets gezegd opgroeien voor galg en rad. Deze kinderen wakkeren in Nederland een ‘reddingsmentaliteit’ aan. Die moeten geholpen worden. Gered, van hun eigen ouders.

En ze worden dan ook ‘gered’. Vanuit die goede bedoelingen gaat het vervolgens grondig mis. Het systeem redt deze uiterst kwetsbare kinderen niet. De kinderen gaan van hot naar her, van pleeggezin naar instelling en naar de volgende plek. Of  ze worden juist met veel geweld onder de duim gehouden in die gesloten instellingen. Zogenaamd is het voor hun eigen bestwil, maar er is niemand die naar deze kinderen en hun ouders luistert als zij hiertegen in verweer gaan.

 

Arrestantenbusjes

Alles begint met een uithuisplaatsing. Dat gaat vaak met geweld gepaard; het is geen uitzondering dat kinderen in het holst van de nacht worden afgevoerd in arrestantenbusjes terwijl agenten de wanhopige ouders in bedwang houden. Dit is  bij een ‘gewone’ uithuisplaatsing. Die kinderen gaan naar een pleeggezin of naar een instelling. Niet in eerste instantie naar de JeugdzorgPlus, de gesloten zorg.

Jongeren die dreigen te ontsporen of dat al zijn, dikwijls omdat ze door de thuissituatie met geweld, drank, drugs of schulden zijn getraumatiseerd, worden eveneens met politiebusjes opgehaald. Thuis of op straat of op het schoolplein. Alsof ze zware criminelen zijn, worden de kinderen daarna opgesloten. De Nederlandse overheid heeft zichzelf zeer vergaande bevoegdheden toegeëigend die op gespannen voet staan met het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Allemaal onder het mom van bescherming van deze kinderen tegen zichzelf of tegen hun omgeving.

Maar de ‘redding’ van deze kinderen stelt vervolgens in de meeste gevallen bitter weinig voor. Kinderen worden opgesloten, leiden achter gesloten deuren - waar alcohol, drugs en wapens wel ruimschoots doorheen komen en loverboys voor de poort staan - een kommervol bestaan, en blijken door hun ‘redding’ nog meer getraumatiseerd te raken dan ze al waren door hun moeilijke situatie thuis. Hun schoolcarrière, en daarmee het vooruitzicht op een normaal leven, is in vrijwel alle gevallen verknald.

 

Terreur

In de gesloten instellingen voor jeugdzorg wordt ronduit terreur uitgeoefend als kinderen tegen alle beperkingen die ze worden opgelegd, ook maar een beetje in verzet gaan. Ze worden dan door twee of drie begeleiders tegen de grond gewerkt - die krijgen daar cursussen voor - en soms dagenlang in een isoleercel opgesloten. In een zogeheten scheurjurk. Zonder ondergoed. Ook meiden die menstrueren. Driekwart van de kinderen in zo’n instelling krijgt met geweld te maken. Van andere kinderen of van de begeleiders. Het leidt tot agressie, wanhoop en zelfmoordneigingen bij de ‘geredde’ kinderen.

Hélène van Beek heeft drie jaar aan haar boek gewerkt. Ze interviewde kinderen, ouders, hulpverleners, hoogleraren, Kamerleden en directeuren van jeugdhulpinstellingen. Ze las talloze rapporten van commissies die allemaal vaststellen dat het fout gaat in de jeugdzorg. Ze ploegde door jaarverslagen van particuliere instellingen, en vond in ieder geval één bestuurder die ver boven de Balkenendenorm verdient, via boekhoudkundige trucs. Ze bekeek gemeentelijke aanbestedingen, en trof in Noord-Holland een exemplarische kwestie aan waarbij een agressief expanderende jeugdzorginstelling van buiten de regio de kleinere regionale speler verdrong. Waarna de kwaliteit van de hulp aan kinderen in de gesloten jeugdzorg in de betrokken achttien gemeenten tegelijk dramatisch daalde.

 

Shockerende cijfers

Er staan veel shockerende cijfers in het boek. Een paar op een rij:

* Er zijn meer dan 46.000 uithuisgeplaatste kinderen in Nederland. Zij verblijven in jeugdzorginstellingen, gezinshuizen of bij pleeggezinnen.

* In Nederland worden 19.200 kinderen per jaar uit huis geplaatst. Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeenten is dit aantal met 14 procent gestegen.

* Duizenden kinderen, tot naar schatting drieduizend, belanden jaarlijks in de meest zware vorm van opvang: een gesloten instelling oftewel de JeugdzorgPlus, die in 2008 is ontstaan omdat de overheid crimineleen niet-criminele kinderen niet meer in jeugdgevangenissen wilde samenplaatsen. Maar de gesloten jeugdzorg is feitelijk toch weer een gevangenis, alleen hebben de kinderen daar geen strafblad. En geen rechten.

* In 2017 waren 51 van die kinderen in deze gesloten instellingen onder de 12 jaar.

* Cijfers van voor 2012 opgedist door bestuurskundige prof. René Clarijs, toen het in Nederland nog centraal werd bijgehouden: Per vijf miljoen inwoners zaten in Denemarken vijf kinderen in een gesloten instelling. In België waren dat er 15, in Duitsland 80, en in Nederland 420. Sindsdien zijn de aantallen verder toegenomen. Nederland staat bovenaan in Europa als het gaat om het aantal opgesloten jongeren. Hélène van Beek omschrijft het zo: ‘Nederland is kampioen kinderen opsluiten.’ En dan geen criminele kinderen, maar kinderen met een probleem. Niet zelden een GGZ-probleem.

* Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 steeg het aantal jongeren in de gesloten jeugdhulp in twee jaar tijd met 12 procent, het aantal uithuisgeplaatste kinderen steeg met 15 procent.

* Een onderzoeker die in het boek wordt aangehaald, meldt dat tachtig procent van deze ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen onnodig is.

* Zeker duizend keer per jaar wordt een kind opgesloten in een isoleercel in een gesloten jeugdzorginstelling. Dat is een schatting, echte cijfers worden niet bijgehouden.

* In plaats van in een isoleercel worden kinderen nog veel vaker in hun eigen kamer opgesloten of in een ‘chill out’ kamer gezet.

* Geen cijfers zijn bekend van het aantal keren dat een kind wordt overgeplaatst, maar er zijn veel voorbeelden van kinderen die vier of vijf instellingen en pleeggezinnen ‘verslijten’. Een van de kinderen in het boek is in een jaar tijd 42 keer overgeplaatst.

* Vijf procent van alle kinderen in Nederland, 180.000, hebben een psychiatrische aandoening. In veel jeugdzorginstellingen wordt dit niet onderkend of behandeld.

* Kinderen in een jeugdzorginstelling hebben een tweemaal zo grote kans om seksueel te worden misbruikt als andere kinderen.

* In 2019 pleegden 18 jongeren zelfdoding in een jeugdzorgtehuis. Vier van hen deden dat in een gesloten instelling.

* De ‘reddende hulp’ wordt vaak niet gewaardeerd. 8 op de 10 werknemers in de jeugdzorg krijgt te maken met agressie of fysiek geweld van cliënten of hun ouders, vaak na een uithuisplaatsing.

* Van de 3,75 miljard euro die de rijksoverheid aan jeugdzorg besteedt, gaat een miljard op aan ‘apparaatskosten’. Oftewel bureaucratie.

Koele cijfers, met zeer grote gevolgen voor de betrokken kinderen en hun ouders. Het boek bevat daarnaast ook veel voorbeelden uit de praktijk. Kinderen en ouders die vertellen over hun slechte ervaringen met de JeugdzorgPlus. Dit zijn ook de Kinderen van de Staat, zoals Van Beek ze noemt, want de staat heeft ze van hun ouders afgepakt en is dan verantwoordelijk voor hun welzijn. En faalt daar jammerlijk in.

 

Tweede Kamer

Dat betekent dat uiteindelijk de politiek verantwoordelijk is voor deze kinderen. Maar de Tweede Kamer kan er ondanks talrijke kritische debatten maar geen vat op krijgen. Wel liggen er inmiddels tientallen rapporten, opgesteld door gewichtige commissies. Als laatste door de Commissie De Winter over het geweld in de jeugdzorg. Ministers sturen Kamerleden die hierover willen debatteren, steeds weer met gebrekkige en onvolledige informatie het bos in. Of richten maar weer een nieuwe commissie op. Want zodra de uitkomst van een onderzoek naar de jeugdzorg de bewindslieden niet bevalt (en dat is eigenlijk altijd zo), is de eerste reactie: Dan moet er nieuw onderzoek komen. En zo ligt er inmiddels een hele stapel onderzoeken, die uiteindelijk vele miljoenen hebben gekost, waar verder niets mee wordt gedaan. Elk jaar komen er tienduizenden kinderen bij die voor het leven worden beschadigd door het systeem.

 

Interview Hélène van Beek


Wat is de belangrijkste boodschap van het boek?

“Het ruw uit huis rukken, eindeloos overplaatsen tussen instellingen, en dan zeker de behandeling van kinderen in die gesloten instellingen: ik denk dat deze zogenaamde behandeling kinderen meer schade doet dan goed. Ik heb aan iedereen die ik interviewde, gevraagd: geef mij eens één voorbeeld van een kind dat hier goed uit is gekomen. Maar ik heb dat voorbeeld niet gekregen, van niemand. Niemand zei: ga daar maar eens diep graven, die is er goed uitgesprongen, die is zo blij dat hij of zij goed terecht is gekomen. Eigenlijk alle kinderen raken beschadigd, nog verder beschadigd dan ze al waren, in die instellingen.”

 

Begrijpen kinderen wat ze overkomt?

“Nee, ze begrijpen het niet. Ze snappen niet dat ze worden opgesloten, zonder dat ze crimineel zijn. Iemand in het boek zegt: als een kind crimineel is komt het in de gevangenis terecht. En dat snappen ze. Dan ben je gesnaaid en dan moet je zitten, ‘t is niet anders. Maar in die gesloten instellingen, zonder dat ze criminele activiteiten op hun kerfstok hebben, worden ze opgesloten voor de ‘veiligheid’ en voor ‘preventie’. Terwijl niemand ze kan uitleggen: wat is dat dan, die veiligheid. Kinderen snappen dat niet en die worden zo bozer en bozer en raken steeds meer beschadigd. Het enige effect dat het op die kinderen heeft, is de gedachte: rennen, wegwezen. Ze gaan er, hoewel het gesloten instellingen zijn, aan de lopende band vandoor.”

 

Wat doet zo’n instelling met kinderen?

“Heel vaak is er helemaal geen behandeling. Ik heb dat van moeders over hun kinderen gehoord, in verschillende instellingen: ze hangen maar wat op de bank. Ook deskundigen zeggen mij: er gebeurt eigenlijk gewoon niks met die kinderen. Wat er gebeurt is dus dat ze een kind wegplukken uit zijn vertrouwde omgeving, alle spullen waaronder de telefoons worden hen afgepakt, en dan gebeurt er drie maanden gewoon niks. Zogenaamd worden ze dan ‘geobserveerd.’ En de kinderen vervelen zich te pletter. School is bijna nooit goed geregeld. Hoger dan vmbo kun je bijvoorbeeld niet doen in de gesloten jeugdzorg. Ik heb heel veel kinderen gesproken uit het vwo of de havo, hun hele schoolcarrière is door die gedwongen opname naar de maan. En er zijn veel scholen die zeggen, als een kind eenmaal uit die gesloten instelling terugkomt: jou willen we niet meer. Ze worden ook dan als een crimineel behandeld. En bijna bij iedereen is de schoolcarrière kapot.”

 

Na lezing van het boek beklijft bij de lezer woede over wat kinderen en hun ouders wordt aangedaan. Waarom komen die ouders niet massaal in verzet?

“Ik heb op het boek een reactie gekregen van een hoogontwikkeld persoon, wier dochter kampt met ggz-problematiek en die via via in het afvoerputje van de jeugdzorg terecht is gekomen, een gesloten instelling. En zij zegt: niemand weet wat er binnen die gesloten jeugdzorg plaatsvindt en het helpt niet. Zij overweegt een belangengroepering voor ouders op te richten.’’

 

Maar waarom is er niet meer weerstand, waarom zijn er geen demonstraties van boze ouders bij die instellingen of bij het ministerie van VWS?

“Omdat die mensen heel kwetsbaar zijn. En ouders hebben geen rechten. Helemaal niet.  Een kinderrechter heeft bepaald dat een kind moet worden opgesloten en dan moet je alles uit handen geven. Ouders voelen zich machteloos. In mijn boek schrijf ik over een moeder die wel eindeloos klachten indient, die zelfs naar de inspectie gaat. Zonder resultaat. Ik heb ouders gesproken die de inspectie vroegen om in te grijpen, wat ze niet deed. Ik heb een jeugdrechtadvocaat gesproken die over die nieuwe gesloten instelling in Noord-Holland aan de inspectie vroeg: grijp in, ik heb bewijzen, ik heb opnamen! Brieven! Foto’s! En de inspecteur bestond het gewoon om te zeggen: nou, ik hoef dat niet te zien. Die heeft het materiaal niet eens in ontvangst genomen.”

 

Hoe gaat het nu verder na dit boek?

“Op de grote dagbladen na heb ik heel veel interviews gegeven. Ik word ook veel gevraagd voor lezingen en overleggen, zoals door de raadsleden van die 18 gemeenten in Noord-Holland, maar ook door instellingen. Ik denk wel eens: mensen, ik ben een journalist, ik heb onderzoek gedaan, ik heb een ‘foto’ van de situatie gemaakt. Maar ik ben geen deskundige, ik laat deskundigen aan het woord. Eén grote instelling heeft ladingen boeken voor zijn werknemers gekocht. Maar ik vermoed ook dat er een anti-lobby gaande is vanuit ‘het systeem’, van andere instellingen die ik in het boek aanpak of van de brancheorganisatie voor de jeugdzorg, die tegen media zeggen: hier moet je geen aandacht aan besteden. Ik kan anders niet verklaren waarom de grote media en de talkshows, op de 5 Uur show na, er nog geen onderwerp van hebben gemaakt.”

“Het boek hebben we gegeven aan alle leden van de vaste Kamercommissie die over gezondheidszorg gaat, en het e-book - waarvan de prijs bewust laag is gehouden, slechts negen euro, is al met een brandbrief naar alle negenduizend gemeenteraadsleden en 355 jeugdwethouders gegaan, want die gaan over de jeugdzorg. Dat is een geweldig initiatief van stichting ‘Het Vergeten Kind’, dat ook initiatiefnemer is van de actie ‘Stop de Carrousel’ in de jeugdzorg. Inmiddels is er van het boek al een tweede druk; binnen een maand! En er wordt gewerkt aan een luisterboek.”

 

Denk je al na over een tweede boek?

“Ja, maar niet hierover. Tijdens mijn onderzoek ben ik tegen de verwoestende werking van het ‘passend onderwijs’ aangelopen. Hoe dat kinderen en gezinnen beschadigt. Het heeft raakvlakken. De bulk van de meldingen over kindermishandeling thuis komt van scholen. Want als een leerling uit het systeem knalt, en niet meer naar school gaat, denken scholen dat ze verplicht zijn dit te melden bij Veilig Thuis. Terwijl die scholen zelf niet eens ‘passend onderwijs’ kunnen of willen bieden. Ouders van de kinderen die thuis komen te zitten, worden gecriminaliseerd want: zij ‘onthouden hun kind van onderwijs en dat is kindermishandeling’. Als je eens wist hoeveel kinderen een ondertoezichtstelling krijgen of uit huis geplaatst zijn om die reden… Dat wil je niet weten. En dat wil ik naar buiten gaan brengen in een nieuw boek.”

 

Kinderen van de Staat, jeugdzorg in ademnood. 315 pagina’s. Auteur: Hélène van Beek. Uitgever: Nobel Boeken. ISBN: 9789083060200. Prijs: 20,- e-bookversie: 8,99, www.nobelboeken.nl en bol.com)

jeugd jeugd