Ik zit tegenover haar: GZ-psycholoog in opleiding. Sinds zeven maanden kom ik hier, nadat ik aangemeld was voor een diagnostisch traject. Ik vermoed dat ik autisme heb. Zelf weet ik het inmiddels wel zeker. Mijn leven lang worstel ik al met mezelf. Als kind wist ik al dat anderen dingen konden die ik niet voor elkaar kreeg. Dat zij dingen snapten waarvan ik geen bal begreep. Ik vond mezelf onvoorstelbaar dom, terwijl ik tegelijkertijd niet kon bevatten waarom ik op veel punten juist met afstand de beste was. Schoolwerk met name. Ik snapte andere mensen niet, ik snap ze nog steeds niet. Ik hoor er nooit bij. Niet op school, niet op het werk, niet in mijn privéleven. Ik hoor nergens bij.
Het traject waarin ik zit, duurt al lang. Eerst was er die enorme drempel om naar mijn huisarts te stappen voor een verwijzing naar de GGZ. In mijn beleving ga je alleen naar een psycholoog als je gek bent. Ik weet dondersgoed dat het een enorm vooroordeel is, maar diep in mijn hart is het nog steeds hoe ik het voel. Ik kan het maar niet van me af zetten. Na de doorverwijzing heb ik ruim anderhalf jaar moeten wachten voor een oproep op een intakegesprek in de GGZ.
Ik houd van opschieten. Zo’n eindeloos traject is niets voor mij. De kortste weg van A naar B is bij mij een rechte lijn. Na de wachtlijst en de intake heb ik gesprekken gehad, onderzoeken moeten doen, vragenlijsten moeten invullen. Het duurt en het duurt maar. Volgens mij kan het allemaal een stuk sneller. De eindeloosheid van het geheel trekt een zware wissel op me. Ik zoek al zolang naar wat mij anders maakt dan anderen. Ik heb antwoorden nodig om verder te kunnen, om te kunnen proberen mijn vastgelopen leven iets leefbaarder te maken, om te weten in welke hoek ik verbeteringen moet zoeken. Als autisme niet het antwoord is, welke vraag moet ik dan nog stellen? Waar moet ik dan heen, wat moet ik dan nog doen? Ik zoek al 41 jaar…
Ik kijk weer naar de psycholoog en probeer haar verhaal te volgen. Ik denk niet dat zij begrijpt hoe enorm gespannen ik ben, hoe belangrijk dit voor mij is, wat een impact het zou hebben als zij tot de conclusie is gekomen dat ik géén autisme heb. Ik heb nooit begrepen hoe mensen kunnen zien wat iemand denkt of voelt. Ik snap daar echt geen bal van. Waar moet je dat dan aan zien? Mensen ‘lezen’? Hoe dan? Woorden, dáár kan ik wat mee. Met gezichten niet. Ik zie dat ze blond haar heeft, een bril en blauwe ogen. Maar wat moet ik daar dan verder mee? Welke informatie zou ik daaruit moeten halen? Ik haal informatie uit feiten, uit woorden, uit acties.
Ze somt dingen op, vat dingen samen. Ik wil alleen de eindconclusie maar horen. Eindelijk komt ze to the point: “We zijn tot de conclusie gekomen dat…”
Deze inzending kreeg in 2017 de tweede plaats in onze verhalenwedstrijd. Klik hier voor de PDF (https://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-114834/pagina/1709_diagnose_anything_maureen.html).
diagnose