Recepten

Door: Eva Kiehne

Ik heb tegenwoordig een psychiater met een staartje. Hij loopt wat verend door de gang voor me uit naar zijn spreekkamer. Hij lijkt op een nerd, een gamer, een student scheikunde. Maar niet op een psychiater.

Even later zit ik aan het bureau, aan de kant van de cliënt. En hij erachter, met de computer voor zijn neus, het domein van de dokter. Hij begint van het scherm voor te lezen uit mijn dossier. Ik hoef alleen maar korte antwoorden te geven.

‘Je slikt nu vijf weken 150 milligram venlafaxine.’
‘Ja.’
‘Je slaapt nog steeds niet goed.’
‘Inderdaad.’
‘Je neemt het medicijn wel ’s ochtends in.’
‘Ja.’
‘Je piekert vrij veel.’
‘Klopt.’

Het is een efficiënte manier om snel een consult af te werken. Maar het begint me te irriteren. Wat is dit voor gesprek?

Toen ik mijn carrière in de psychiatrie begon, waren psychiaters er om mee te praten. Om uit te zoeken wat er aan de hand was. Soms waren er ook pillen, als het per se moest. Een sessie duurde 45 minuten.

‘Oké, dan zie ik je over acht weken weer.’
Staartmans staat met uitgestoken hand bij de deur. Dit consult heeft negen minuten geduurd. Het recept voor nieuwe pillen is onderweg naar de apotheek.

Als ik thuis ben, word ik pas echt boos. Hoe kan iemand die mij niet kent, bepalen wat voor pillen ik moet slikken? Of ik last heb van bijwerkingen? Of de dosis omhoog moet of omlaag? Hij heeft geen enkele normale vraag gesteld. Een vraag waarop ik iets anders zou kunnen antwoorden dan ja of nee. Zodat hij me misschien een beetje zou leren kennen.

Een tijdje later hebben we een telefonische afspraak. Maar hij belt niet en ik zit een half uur voor niks te wachten. Dan zet ik het geluid van mijn telefoon uit. Als ik op het scherm zie dat hij belt, neem ik niet op. Via het secretariaat regel ik de dag erna een herhaalrecept. Zo kom ik ook aan mijn medicijnen.

E-mail dan? Dat moet de oplossing zijn voor ons probleem. Hij vindt het goed, ik mag mailen als er iets is. Hij schrijft zijn mailadres zelf voor mij op een afsprakenkaartje.

Ik mail hem een keer midden in de nacht als ik weer niet kan slapen en daar gestoord van word. Ik heb opeens last van een voet die niet stil wil liggen. Dat is nieuw en ik wil weten of het door de medicijnen kan komen.

Er komt geen antwoord. Als ik na een paar weken weer in de spreekkamer zit, heeft Staartmans de mail nog niet gezien.
‘Je moest eens weten hoeveel mails er elke dag binnenkomen’, zucht hij.
‘Oké’, zeg ik, ‘Maar waarom heb ik dan uw mailadres gekregen?’

Die psychiaters van tegenwoordig, ik snap ze niet. Ik heb het opgegeven. Zij kennen de cliënten niet. Ze schrijven alleen maar de recepten. Zouden ze dat zelf nou een leuke baan vinden?

 

(Dit is het winnende verhaal van onze verhalenwedstrijd van 2017. Klik hier voor de PDF (https://www.ggztotaal.nl/pg-29166-7-114833/pagina/1709_recepten_eva_kiehne.html))

recep recep