Het is een bont gezelschap, de hulpverleners in de GGZ. Maatschappelijk werkers, psychiaters, ervaringsdeskundigen, GGZ-agogen, psychotherapeuten, muziektherapeuten, ervaringsdeskundigen, psychomotorisch therapeuten, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, gezondheidszorgpsychologen, verslavingsartsen, beeldend therapeuten, vaktherapeuten, enzovoorts. Alles te verfijnen in specialisaties en niveaus. Of samen te voegen naar functie, zoals ‘woonbegeleider’ of POH-GGZ, beroepen waarvoor meerdere opleidingen geschikt zijn en die daarmee in feite opleiding overstijgend zijn.
En dan hebben we het natuurlijk alleen nog maar over beroepen met relevante cliëntcontacten, beroepen die ‘therapeutisch’ van aard zijn. De ondersteunende diensten laten we even voor wat ze zijn. Daarmee suggereren we niet dat ze onbelangrijk zijn! Integendeel, de GGZ zou instorten zonder secretaresses, telefonisten, keukenpersoneel, schoonmakers, opleiders, beleidsmedewerkers, HRM, technische staf, financieel deskundigen, ICT-specialisten en managers.
Professionalisering en specialisering
In de vroegere dolhuizen hadden de bewoners te maken met twee beroepsgroepen: verplegers en artsen, waarbij de verplegers eerder ordebewakers dan ziekenbroeders waren. Krankzinnigen (de term van destijds) buiten de dolhuizen moesten het stellen met artsen en geestelijken, al waren er ook de nodige duivelsuitdrijvers, gebedsgenezers en andere zelfverklaarde therapeuten actief.
Met de voortschrijding van het vak professionaliseerden de beroepsgroepen zich, maar zij specialiseerden zich ook. Het aantal beroepen breidde uit. In 1999 deed het Trimbos-instituut er onderzoek naar en telde liefst 32 verschillende beroepen in de sector. ”Maar het kunnen er ook best meer zijn”, zei onderzoeker Giel Hutschemaekers. “Niemand weet het. En dan heb ik de alternatieve beroepen nog niet eens meegerekend.”
Het was voor minister Borst reden om in het begin van deze eeuw toe te werken naar zes clusters van beroepen binnen de GGZ: medici, verpleegkundigen, agogen, vaktherapeuten, psychologen en psychotherapeuten. Allen met hun eigen opleiding en hun eigen bekwaamheid en alles ter wille van het overzicht. Of dat van dat overzicht gelukt is, mag u na het lezen van deze GGZTotaal zelf beoordelen, de redactie heeft in ieder geval het sterke vermoeden dat het aantal beroepen in de GGZ eerder is toe- dan afgenomen.
Eén cluster is er in ieder geval bijgekomen: dat van de ervaringsdeskundige. In toenemende mate zien behandelaren en instellingen in dat ervaringsdeskundigen een toegevoegde waarde hebben in de behandeling en begeleiding van de GGZ-cliënten. In het betreffende hoofdstuk meer daarover.
Moderne tijden
De veranderingen die zich de afgelopen jaren in de GGZ hebben voorgedaan stelden de grenzen van de overzichtelijke clusters van minister Borst zwaar op de proef. Al eerder waren specialisaties als systeem- en gezinstherapeut niet discipline-gebonden en overstegen daarmee deze overzichtelijke indeling. Ook de psychiaters (uit het medische cluster) staken de grens over door de titel psychotherapeut (uit het psychologencluster) te mogen voeren, terwijl de psychotherapeut steeds meer interesse kreeg voor de neurowetenschappen en in sommige gevallen medicatie mocht gaan voorschrijven (beide medische aangelegenheden).
Met de afbouw van de specialistische GGZ ten gunste van de eerste lijn, vinden veel hulpverleners werk bij een huisarts als PraktijkOndersteuner Huisartsen voor de GGZ (POH-GGZ). Onder die noemer vinden we psychologen, verpleegkundigen, vaktherapeuten en GGZ-agogen, om de zojuist genoemde indeling maar even aan te houden. Over de POH-GGZ later meer.
Niet grensoverschrijdend, maar wel het niemandsland tussen de cluster overbruggend, is de rol van de Verpleegkundig Specialist GGZ. Hij fungeert op “het scharnierpunt tussen het verpleegkundige en het medische terrein”, staat in het beroepsprofiel te lezen.
Gaan we buiten de clusters van minister Borst, dan vinden we ook nog vele soorten coaches zonder een specifieke GGZ-opleiding. Sommige coaches zullen behulpzaam kunnen zijn bij (lichte) GGZ-problematiek, maar de term ‘coach’ is niet beschermd. Iedereen, kennis van zaken of niet, kan een bordje met ‘coach’ aan zijn deur hangen. We kozen er daarom voor coaches niet te bespreken in dit magazine, tenzij ze opgeleid zijn binnen één van de vijf clusters.
Regiebehandelaars en hoofdbehandelaars
Er is de laatste jaren veel te doen geweest over het begrip ‘hoofdbehandelaar in de GGZ’, een select gezelschap van disciplines dat een DBC mocht openen en daarmee een declaratie bij de zorgverzekering in gang kom zetten. Omdat het begrip vooral een financiële betekenis kreeg, introduceerde de commissie Meurs in mei 2015 het begrip ‘regiebehandelaar’. De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor de integrale behandeling van de patiënt; hij coördineert de inzet van alle betrokken zorgverleners en roept specifieke deskundigheid in als dat nodig is.
Als het aan de commissie ligt mag iedere zorgverlener die bij de behandeling betrokken is regiebehandelaar zijn, mits hij of zij academisch is geschoold (of een gelijkwaardige opleiding heeft genoten), BIG-geregistreerd is, relevante werkervaring heeft en meedoet aan een vorm van intercollegiale toetsing. “De regiebehandelaar moet het vertrouwen hebben van de patiënt en passend zijn bij de patiënten aan wie zorg wordt verleend: bij complexe psychische stoornissen kan het een psychiater zijn, bij dementie een specialist ouderengeneeskunde of een klinisch geriater, bij gedragstherapeutische behandeling een GZ-psycholoog, bij verslavingszorg een verslavingsarts etc.”, zo stelt de commissie.
De minister heeft het advies overgenomen, de verschillende beroepsgroepen zijn het voorstel aan het uitwerken. Een concept kwaliteitsstatuut is onlangs aan de minister aangeboden. De uiteindelijke formuleringen zullen voor verscheidene beroepsgroepen forse consequenties hebben.
De POH-GGZ
Hoewel de clustervorming van minister Borst dus niet in beton lijkt gegoten, houden we haar indeling in dit magazine grotendeels aan. Het is uiteindelijk de meest bruikbare in het huidige stelsel. Daardoor dreigen een aantal beroepen of specialisaties, in ieder geval in dit magazine, buiten de boot te vallen. Van deze beroepen is in ieder geval de POH-GGZ het vermelden waard, een beroepsgroep die nu een tiental jaar officieel bestaat. Daarvóór waren er wel vergelijkbare, kleinschalige projecten, vaak als pilot.
De POH-GGZ werkt bij een huisarts en levert laagdrempelige zorg binnen de huisartsenpraktijk, onder verantwoordelijkheid van de huisarts. De criteria om het vak te kunnen uitoefenen verschillen per zorgverzekeraar. Aan de ene kant zijn er zorgverzekeraars die de opleiding tot POH-GGZ verplicht stellen, (waarbij de verschillende opleidingen verschillende toelatingseisen hebben), aan de andere kant zijn er zorgverzekeraars die de keus volledig aan de huisarts overlaten. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat onder de vlag van POH-GGZ een grote diversiteit aan disciplines te vinden is. In 2013 waren dat respectievelijk Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen (61%); psychologen (12%); maatschappelijk werkers (8%), HBO-V-verpleegkundigen (8%). 11% had een andere opleiding (w.o. vaktherapeuten).
Wie de opleiding voor POH-GGZ wil gaan doen, moet zich realiseren dat de (verplichte) stageplaats lastig is te vinden.
Afwisselend beroep
“Het leuke van dit beroep is dat geen dag hetzelfde is”, schreef iemand als reactie op onze oproep om in maximaal 100 woorden iets over het werk in de GGZ te vertellen. De meeste reacties wezen in die richting: boeiend, afwisselend, geen dag hetzelfde.
Na het lezen van dit magazine zal duidelijk zijn dat niet alleen het werk, maar ook de inhoud van het beroep bijna elke dag anders is.